header-overons-tinekeceelen-stichtingvluchteling

Updates over het coronavirus

Onze directeur maakt zich grote zorgen over de coronacrisis. Sinds afgelopen maart informeert ze je op deze pagina met enige regelmaat met haar persoonlijke updates. Over de pandemie, over de vluchtelingen en over het werk dat we dankzij jou kunnen doen. Lees hieronder haar updates. 

Wil je ook op de hoogte blijven? Dat kan. Schrijf je hier in voor onze digitale nieuwsbrief en ontvang onder andere haar persoonlijke updates in je inbox!

 

Beste mensen,

Daar zitten we dan weer. Een tweede periode van zoveel mogelijk thuiswerken en contacten beperken om zo een bijdrage te leveren om het coronavirus onder controle te krijgen. Ik vind het ingewikkeld, ik geef het toe. Normaal reis ik regelmatig naar de landen waar veel hulpbehoevende vluchtelingen zijn. Elk land heeft deze dagen zijn eigen coronaregels. Het ene werkt met een quarantaineperiode van 3 dagen, het andere met 2 weken en een derde doet helemaal niets. Je kunt je afvragen welk regime het meest geruststelt. Maar ook hoe praktisch het is. Als ik naar een crisis vlieg ben ik over het algemeen in minder dan een week uit en thuis. Nu kan de reistijd maar zo oplopen tot drie weken. En dan zijn er nog de risico’s. De coronabesmettingscijfers in Libanon bijvoorbeeld, liepen direct na de ontploffing van begin augustus pijlsnel op. Je moet er niet aan denken in Beiroet in een ziekenhuis terecht te komen, juist nu elk ziekenhuisbed daar kei- en keihard nodig is. Door de explosie zijn meerdere ziekenhuizen compleet ingestort.

Ramp op ramp. Er zijn genoeg voorbeelden. Dit weekend had ik contact met collega’s op Curaçao. Er zijn zorgen over de almaar voortdurende crisis in buurland Venezuela. Traditioneel is er veel verkeer tussen die twee landen. We financieren een kliniek op Curaçao omdat veel Venezolanen op de vlucht voor de crisis, naar dit onafhankelijke land in ons Koninkrijk gekomen zijn. Iemand sprak de vrees uit dat velen, ‘misschien wel miljoenen Venezolanen’, naar Curaçao zouden kunnen komen, op zoek naar een minder uitzichtloos bestaan. Het zou inderdaad rampzalig zijn voor Curaçao, waar de economie toch al volledig is ingestort doordat corona er al maandenlang voor zorgt dat één van de belangrijkste inkomstenbronnen van het eiland – het toerisme – nagenoeg volledig is weggevallen. Onlangs kwam een bootje met vluchtelingen uit Venezuela aan, van de 27 opvarenden bleken 9 mensen corona-positief. Dat is ernstig, maar veel ernstiger is het besef dat in Venezuela corona veel voorkomt. Stel je de gevolgen voor als inderdaad een groot aantal berooide, besmette, hongerende Venezolanen de oversteek naar Curaçao zou wagen.

Vanachter mijn laptop thuis leg ik kriskras over de wereld contacten. Het meest werd ik uit mijn evenwicht gehaald door de ontruiming van kamp Pikpa op Lesbos, afgelopen vrijdag. De oproerpolitie rukte dreigend uit, met schilden, helmen en wapens. In Pikpa kamp wonen 74 van de aller kwetsbaarste mensen die op Lesbos aankomen. Gezinnen die iemand voor hun ogen zagen verdrinken tijdens de overtocht van Turkije naar Lesbos, alleenstaande kinderen of moeders, invaliden in rolstoelen, zieken, oude mensen. De politie kwam hen halen, om deze zieke, zwakke, geknakte vluchtelingen over te plaatsen. Gedwongen naar Kara Tepe. Een kamp dat weliswaar beter is dan “Moria 2”, dat in plaats van het afgebrande Moria kwam, maar ook een kamp waarvan al een tijd wordt gezegd dat het net als Pikpa zal worden gesloten. En dan? Worden deze mensen dan met veel machtsvertoon wéér ergens anders ondergebracht? In “Moria 2” bijvoorbeeld? Het kamp zonder douches, met onbruikbare toiletten en waar maar één maaltijd per dag wordt uitgedeeld waarvoor mensen uren in de rij staan. Toen het daar een paar dagen geleden stormde, liepen de tenten vol water.

Waarom? Waarom moeten de inwoners van Pikpa hun betrekkelijk veilige plek verlaten? Welk doel is hiermee gediend? Waarom zo weinig mededogen, zo’n totaal gebrek aan medemenselijkheid? De dames en heren van de oproerpolitie die Pikpa ontruimden waren gehuld in beschermende pakken, hadden gezichtsschermen en mondmaskers op. Zij wel.

We gaan door. We zullen blijven staan voor berooide vluchtelingen in Libanon, Curaçao, Griekenland en waar dan ook ter wereld. Ook vanuit huis.

Ik wens u het allerbeste toe, blijft u vooral gezond.

Tineke Ceelen

Goedendag,

Op 29 juli schreef ik u mijn laatste bericht over de stand van corona in de wereld van vluchtelingen. Wat is er sinds die tijd veel gebeurd. Op 4 augustus was er de enorme explosie in Beiroet, Libanon en in de nacht van dinsdag 8 op woensdag 9 september brandde het grootste deel van detentiecentrum en naastgelegen kamp Moria op het Griekse eiland Lesbos af. De dag erna volgde het nog resterende deel. Terwijl ik u schrijf hangen 12.000 mannen, vrouwen en kinderen op de straten rond Moria. Zij hebben niets meer. Medicijnen, identiteitspapieren en schooldiploma’s, kleren, babyspullen, tenten, alles werd door de vlammen verwoest. We zijn direct een campagne gestart om in de eerste levensbehoeften te kunnen voorzien. 

In Beiroet zijn ook duizenden gezinnen dakloos geworden. Libanezen vinden vaak bij elkaar hulp en onderdak. Voor vluchtelingen is dat natuurlijk stukken ingewikkelder. Alhoewel ons de verhalen bereiken van vluchtelingengezinnen die het bitter weinige dat ze hebben, delen met nu dakloos geworden vluchtelingen.  

Beide rampen, de explosie in Beiroet en de brand in Moria, zijn ook om redenen van corona zeer zorgwekkend. In Libanon steeg het aantal besmettingen schrikbarend in de dagen en weken na de ramp. Niet zo raar. Ambulances reden af en aan die eerste dagen, met soms zelfs wel 5 of 6 slachtoffers aan boord. Mensen liepen verdwaasd door de straten, moesten met velen woonruimte delen, en ruimden zij aan zij het puin. Door de explosie werden drie ziekenhuizen verwoest, terwijl heel veel mensen medische zorg nodig hadden. Botbreuken, glasscherven in het lichaam en erger. En dan dus nu ook een groeiend aantal corona-patiënten, terwijl de intensive cares die nog functioneren, tjokvol liggen.  

In kamp Moria op Lesbos waren de dag voor de brand 35 gevallen van corona vastgesteld en in een apart deel van het kamp in quarantaine gezet. Die 35 mensen hebben zich nu verspreid onder de 12.000 mannen, vrouwen en kinderen die in het kamp woonden en dakloos geworden zijn.  

U hebt ongetwijfeld de verschrikkelijke beelden gezien. Er is geen sprake van 1.5 meter afstand houden, er is geen water en ook geen zeep, nu al helemaal niet meer. Een aangedane Duitse journaliste vertelde gezien te hebben dat kinderen rioolwater dronken.  

In Beiroet delen we, onder andere, dozen met toiletartikelen uit. Daarin stoppen we ook zeep, handgel en mondkapjes. Hetzelfde doen we op Lesbos. Onze mensen ter plaatse hebben de afgelopen dagen voedsel en water uitgedeeld en sturen ons hartverscheurende beelden en verhalen. 

Ik ga gauw verder. U bent weer op de hoogte van waar wij mee bezig zijn. Vergeet niet, het is dankzij u dat we kunnen doen wat we doen. Helpen.  

Ik wens u gezond- en veiligheid toe. Steeds weer wordt duidelijk hoe kostbaar dat is.  

Met vriendelijke groet,

Tineke Ceelen
Directeur Stichting Vluchteling

Beste,

Hebt u dat filmpje ook gezien op de sociale media? Het filmpje van baby Mohammed in Syrië, tot op het bot uitgemergeld, met het gezicht van een stokoude man, schreeuwend in al zijn ellende, op de rand van de dood. Eerst werd ik verdrietig van het filmpje en daarna woedend. Dat kind, die baby, betaalt de hoogste prijs voor de lamlendigheid van volwassenen met hun verkeerde keuzes. Oorlog, geweld en blokkades door strijdende partijen voorkwamen dat Mohammed voedsel kreeg, of op tijd geholpen werd. Nu ligt het manneke met allerlei toeters en bellen in het ziekenhuis. Zelfs áls het jongetje deze ernstige ondervoeding overleeft, zal hij de rest van zijn leven last hebben van de gevolgen ervan.   

Mohammed is één baby in Syrië. Van al die andere ondervoede baby's hebben we geen filmpjes. Wat niet wil zeggen dat ze er niet zijn. Integendeel.  

Maandag waarschuwde de VN voor dreigende honger in, maar liefst, 27 landen, ten gevolge van corona. Syrië hoort daarbij, natuurlijk. En ook Irak, Nigeria en Kameroen. Ik schreef u eerder over de gevolgen van de maatregelen om de verspreiding van corona tegen te houden in die landen. Onder andere honger dus. Door hoogoplopende prijzen, door de stilgevallen informele economie,door  lockdowns en door oplaaiend geweld. Want natuurlijk profiteren gewapende groepen van de pandemie. Voedsel, medicijnen en andere dingen die nodig zijn om te kunnen leven, bereiken de mensen niet, óf zij hebben het geld niet om het te kunnen kopen.  

‘Het coronavirus komt wereldwijd in een hogere versnelling’, kopte dagblad Trouw deze week. Elke 4 dagen een miljoen nieuwe coronagevallen en het gaat steeds harder. De maatregelen om het virus te stoppen worden ook steeds rigoureuzer, vooral voor de allerzwaksten is dat rampzalig. De verhalen uit tal van landen zijn schokkend, maar die uit Jemen slaan alles. Crisis op crisis op crisis op crisis. Oorlog, geweld, een totaal ingestorte gezondheidszorg, een gebrek aan medicijnen, voedsel, water, hulpverleners, alles, en daarbovenop kwam ook nog corona. Niemand weet hoeveel uitgehongerde baby Mohammeds in Jemen de dood in de ogen kijken. 

Alle landen van de wereld tegelijkertijd in diepe crisis. We worstelen om zelf het hoofd boven watertehouden, de pandemie hier onder controle te krijgen en te zorgen dat de gevolgen zoveel mogelijk verzacht worden. Zo gaat dat. Dat is begrijpelijk.  

Maar toch. Het filmpje. Mohammed, en de vele, vele andere jonge kinderen... Ik lig er wakker van. We moeten meer doen. Aan ons zal het niet liggen. We zijn aan het werk. In Kameroen geven we kwetsbare gezinnen voedselbonnen; in Nigeria helpen we de kleine Mohammeds met therapeutische voeding en in Jemen bieden we vooral medische zorg. Dankzij uw trouwe steun kunnen we dat.  

Inmiddels weet u denk ik wel dat dit geen oproep is ons geld te geven. Natuurlijk mag dat altijd, elke euro kunnen we heel goed gebruiken. Maar daar is deze mail niet voor bedoeld. Ik houd u op de hoogte van de pandemie en de gevolgen daarvan op de mensen waar wij samen voor staan, vluchtelingen.  

Als u wilt reageren, dan kan dat. Ik zie uw mails. Ik kan niet altijd terugschrijven, maar doe daartoe wel mijn best.  

Ik wens u een goede gezondheid toe.  

Met vriendelijke groet,  

Tineke Ceelen 

Goedemiddag, 

Het is alweer een tijd geleden dat ik u voor het laatst een update stuurde over de ontwikkelingen rondom de corona pandemie in landen waar veel vluchtelingen opvang vinden. Dat komt omdat we tot op de dag van vandaag niet goed weten wat we zien. Er zijn paniekgeluiden, zeker, uit Congo, Nigeria, Kameroen, Bangladesh en Irak, om maar een paar landen te noemen. Vluchtelingen liepen het virus op, maar tot nu wisten de autoriteiten van de landen waar dit gebeurde, door, eerlijk gezegd draconische maatregelen, de zo gevreesde massale uitbraak van het virus tegen te houden. 

Maar we zijn er nog lang niet, waarschuwt onze arts Yoseph. Hij verwacht dat het ergste nog moet komen. Dat vertelden ook onze collega’s uit Irak vanochtend. Eind augustus wordt daar de piek van de pandemie verwacht. Het nachtmerriescenario? Chaos en geweld. Nu al is er overal angst en wanhoop. Angst het virus op te lopen, maar ook voor de honger die onvermijdelijk volgt op de lockdowns. Mensen kunnen niet meer bij hun werk komen en missen daardoor het inkomen om de schamele voedselrantsoenen mee aan te kunnen vullen. Eind mei telde Irak zo’n 7.000 coronagevallen, eind juni was dat aantal gestegen naar 51.000, inmiddels, een paar dagen later, staat de teller al bijna op 70.000 bevestigde gevallen van corona. 

In de Iraakse klinieken en ziekenhuizen zijn nauwelijks beschermende middelen beschikbaar. Ook de salarissen worden zelden betaald. Door de strenge coronamaatregelen functioneren overheids- en andere instanties voor maximaal 20% van hun normale capaciteit. Dat geldt óók voor de betrokken ministeries en de banken. Winkels zijn ook vaak dicht, net als scholen. Sinds februari zijn alle kinderen thuis. 
De managers van de ziekenhuizen sturen hun zieke verplegers niet naar huis, want wie moet er dan voor de patiënten zorgen? De gevolgen kunt u wel raden, die zijn verschrikkelijk. Omdat zoveel zieken sterven, durven mensen die echt zorg nodig hebben niet naar de ziekenhuizen te komen. En zo raken familieleden besmet, en groeit het aantal coronagevallen. 

Het aantal IC bedden in Irak is drastisch uitgebreid de afgelopen tijd. Indrukwekkend, vond ik, totdat duidelijk werd dat een IC bed echt precies dat is, een bed, een ijzeren frame, vaak zelfs zonder matras, en zeker zonder het benodigde medische personeel.  

Hulpverleners staan voor een onmogelijke taak. Internationale collega’s kunnen vrijwel niet in Irak komen. Luchthavens liggen plat en dan zwijg ik nog over de verplichte 2 weken quarantaine bij binnenkomst en voor vertrek, in een door de overheid aangewezen hotel. 
Gelukkig hebben we onze lokale hulpverleners. Maar ook voor hen is het werken bijzonder moeilijk en zwaar. De Volkskrant schreef er deze week ook over, nog geen kwart van het geld dat nodig is om vluchtelingen de meest basale levensbenodigdheden te geven is ingezameld. En dus is er honger in heel veel landen, ook in Irak. 

Er is dus goed nieuws; tot dusverre zijn er geen massale corona uitbraken in de vluchtelingenkampen of sloppenwijken waar veel vluchtelingen wonen. Maar dat is bijna een schrale troost wanneer je de gevolgen van alle maatregelen om corona onder controle te krijgen, weegt. Wij volgen de ontwikkelingen met angst en beven en blijven onverminderd en strijdvaardig ons best doen. Dankzij uw hulp kunnen we dat. 

Ik blijf u informeren. 

Met vriendelijke groeten, 

Tineke Ceelen
Directeur Stichting Vluchteling

Goedenavond,

Het voelt als stilte voor de storm. Alsof we in de koplampen zitten te kijken voor we geplet worden door iets enorms dat sloom aan komt denderen. Corona.

Vorige week spraken we een arts uit de miljoenenstad Bukavu, in het oosten van Congo. ‘Het virus is onder ons en gaat rond’, verzuchtte hij. Officieel zijn er slechts 4 bevestigde coronagevallen in de provinciehoofdstad, maar er zijn vele verdachte zieken. Het duurt gemiddeld 10 tot wel 14 dagen voor de uitslag van een test vanuit de hoofdstad Kinshasa terug in Bukavu is. Er is ter plekke geen testmateriaal en, net als hier, komen de zieken niet naar de klinieken. Dit brengt een onverwacht ander probleem met zich mee. Ziekenhuizen die bestaan op basis van inkomsten van kleine betalingen door patiënten, dreigen om te vallen omdat die patiënten in grote getalen wegblijven. Zonder deze inkomsten kunnen de salarissen niet betaald worden, zonder salarissen heb je gauw geen personeel meer, en een ziekenhuis zonder personeel is nutteloos. Dat is wel het laatste dat mag gebeuren nu de pandemie zich ook in Afrika ontvouwt. En dus gaan we helpen dit ziekenhuis overeind te houden. Dat kunnen we dankzij u.

De situatie in het ziekenhuis in Bukavu staat niet op zichzelf; overal in Afrika zien we de gevolgen van de dreiging van corona en de maatregelen die er tegen getroffen worden. Deze zijn misschien nog wel zwaarder dan die van een uitbraak van het virus zelf. Vaccinatiecampagnes worden stilgelegd en honger nadert. Toch zijn diezelfde straffe maatregelen een deel van de verklaring waarom het coronavirus zo langzaam doordringt in Afrika. Daar waar wij moeite hebben met de 1.5 meter afstand regel, voegt de bevolking van veel Afrikaanse landen zich moeiteloos in de afgekondigde maatregelen om de pandemie onder controle te krijgen. Zij zijn bekend met ernstige, zeer besmettelijke ziektes als bijvoorbeeld ebola en kennen de dril. Handenwassen met een chlooroplossing als je ergens binnenkomt, is voor hen al heel normaal.
De bevolking van een doorsnee Afrikaans land is daarnaast veel jonger dan die bij ons hier in het Westen. Corona treft vooral de ouderen, maar dat zijn er veel minder in Nigeria, Congo of Kameroen, en dan leven veel Afrikanen ook vooral buiten. Bij ons verspreidt het virus zich zo snel en makkelijk omdat we veel samen binnen zijn.

Allemaal factoren die helpen, maar corona niet zullen stoppen. Opgemerkt moet ook worden dat de statistieken over de aantallen zieken in Nigeria, Congo of Kameroen, niets zeggen, mede gezien het gebrek aan testmaterialen en adequate rapportagemechanismes.

Daarom zijn wij blij dat we hulp kunnen bieden in Bukavu, maar ook bijvoorbeeld in Somalië. Een land waar het dagelijks leven voor de gewone man en vrouw sowieso al jaren ongelofelijk moeilijk is, er naast corona nu ook nog eens een gigantische sprinkhanenplaag is en waar nu de doodgravers verwonderd opmerken dat ze zoveel meer doden moeten begraven dan vroeger. Er zijn bijna 3 miljoen Somaliërs op de vlucht in eigen land; velen leven in vluchtelingenkampen. Samen met onze lokale partner zorgen wij daar onder meer voor betere hygiënische omstandigheden.

Ik hoop dat u mijn updates aan u kunt waarderen. Als u wilt reageren dan vind ik dat fijn. Over een paar weken hoort u weer van mij hoe het gaat met ons werk en de mensen waar we samen voor staan: vluchtelingen.

Ik wens u gezondheid toe, en sterkte in deze onzekere tijd.

Met vriendelijke groet,

Tineke Ceelen
Directeur Stichting Vluchteling

 
 

De verhalen van collega hulpverleners uit het veld worden beklemmender, net als de berichtgeving in de kranten. “Onverklaarbaar” veel mensen sterven deze dagen in Kano, een miljoenenstad in Nigeria. Ook de ambulancechauffeurs in de hoofdstad van Somalië, Mogadishu, vertellen over de grote aantallen lichamen die ze elke dag weer naar de begraafplaatsen vervoeren. Heel veel meer dan de gebruikelijke 2 of 3 overledenen.

Gesloten luchthavens, dichte grenzen, steden in lockdown en de run op beschermingsmaterialen, medicijnen en voedsel maken de hulpverlening ongekend ingewikkeld. Gister hoorde ik dat een collega, koste wat kost terug wilde om zijn levensreddende werk in de Centraal Afrikaanse Republiek te doen. Door de lockdowns kon hij na zijn vakantie hier in Europa niet meer terug naar zijn standplaats. En dus bedacht hij een snood plan. In een soort hink-stap-sprong reis vloog hij naar Douala in Kameroen. Regelde daar een auto met chauffeur en liet zich, in een dagen durende reis, dwars door het tropisch regenwoud naar de grens met de CAR brengen. Hoe hij de grens overkwam vertelt het verhaal niet, maar ik vermoed dat ie iets deed wat wij niet doen, zal ik maar zeggen. In de CAR ritselde hij nieuw vervoer en weer dagen later kwam de hulpverlener in de hoofdstad aan. Hij sloot zichzelf twee weken in kantoor op om er zeker van te zijn dat hij niet ergens corona had opgelopen en stroopte op de 15e dag zijn mouwen op en ging aan het werk. Hij regelt handenwaspunten, stuurt medische programma’s aan, zet alles op alles om de straatarme bevolking van dit, de naam zegt het al, land midden in Afrika, te vertellen wat ze kunnen doen om besmetting met het coronavirus te voorkomen.

Ik vind dit mooi. Het getuigt van grote moed, creativiteit, doorzettingsvermogen en ook de nodige stoutigheid. Eigenlijk doen we dit niet. Maar soms breekt nood wet. Nu dus.

Tegelijkertijd maak ik me ook ernstige zorgen. Wat als zo’n hulpverlener ziek wordt in Bangui. U kunt mij rustig geloven als ik u vertel dat u niet, echt gewoon níet in het ziekenhuis daar terecht wilt komen. Evacuatie naar Europa is ten tijde van de corona uitbraak zeer waarschijnlijk onmogelijk. Geen verzekeringsmaatschappij te vinden die een vliegtuig met een medisch team zal willen sturen om de zieke collega op te halen. Tel uit wat er dan heel makkelijk zou kunnen gebeuren.

Artsen, verpleegkundigen, vakkenvullers en pakketbezorgers hier zijn helden. Dat vind ik ook. Maar ónze hulpverleners verdienen zeker óók een plekje in de eregalerij van aller, aller dappersten.

Ik heb beloofd u op de hoogte te blijven houden en dat doe ik. Dit is mijn vijfde brief aan u en geen verzoek om meer geld. Elke euro blijft welkom, natuurlijk, maar ik hecht eraan u te informeren over de ontwikkelingen in deze pandemie die ons allemaal raakt, waar ter wereld we ook zijn. Dankzij u kunnen we noden verlichten en levens redden. En daar is soms een beetje stoutigheid bij nodig.

Tineke Ceelen

Goedemiddag,

Crisis op crisis op crisis.

Eerst moesten zij, de mensen die we helpen, vluchten voor oorlog, geweld of onderdrukking. Toen moesten ze zien te overleven onder de meest minimale omstandigheden. Per definitie zijn zij ongewenst; geen enkel land of stad rolt de rode loper uit voor vluchtelingen. Nagenoeg altijd worden zij gezien als een bedreiging voor de eigen welvaart of veiligheid. Vervolgens is er de dreiging van een lelijk virus, corona. Uit angst daarvoor sluiten vele landen de grenzen, grote steden gaan in lockdown en ook vluchtelingenkampen worden van de buitenwereld afgesloten. Daardoor kunnen miljoenen mensen niet naar hun werk. Dankzij kleine baantjes, waarbij ze per dag betaald worden, was er geld voor de maaltijd, vaak slechts de enige per dag. Maar nu niet meer, nu wegen en kampen afgesloten zijn. Nu al dus, nog vóór corona de kampen bereikt heeft, is er honger. In Nigeria, in Jemen, in Bangladesh. En omdat er honger is, is er ook geweld. Bij voedseluitdelingen in Kenia werd hard gevochten, kleine kinderen raakten gewond.

Crisis op crisis op crisis. De ellende is groot en overweldigend.

Venezolanen liepen massaal naar Colombia vorig jaar, zochten daar hulp nadat thuis hun inkomen door de hyperinflatie in één klap niets meer waard was en honderdduizenden gezinnen hun kinderen niet meer te eten konden geven. Zieken werden niet meer behandeld, artsen en ziekenhuizen hadden geen medicijnen meer, geen verband, geen hechtdraad. Niets. Nu ook Colombia strenge maatregelen neemt tegen corona, lopen ze weer terug naar Venezuela, waar de situatie nog altijd even ernstig is als toen deze mensen hun land ontvluchtten.

Uit Curaçao krijgen we klemmende verzoeken om geld voor voedselpakketten voor Venezolaanse vluchtelingen. Ook zij leefden van kleine baantjes. Door de strenge verplichtingen thuis te blijven, kan niemand op zijn werk komen en dat leidt tot honger, in ons Koninkrijk. Nu. Terwijl ik u schrijf.

Artsen in de klinieken in Irak hebben geen middelen om zichzelf te beschermen. Geen mondkapjes, geen schorten, geen handschoenen, niets. Ze zijn bang, laten ze ons weten. Voor dat virus waar ze zoveel over hoorden.

En zo krijgen we elke dag berichten, de een nog wanhopiger dan de ander. Van de Griekse eilanden, uit Somalië, Syrië en ook van Dr. Mukwege, u kent hem vast nog wel. De dokter die de Nobelprijs voor de Vrede kreeg in 2018 voor zijn dappere werk voor verkrachte en verminkte vrouwen. Ook hij had geen geld zijn ziekenhuis in Congo klaar te maken voor de onvermijdelijke komst van corona.

Dankzij u helpen we. Elke dag bekijken we wat we kunnen doen. Met Yoseph onze arts, die de medici in Irak en ook dr. Mukwege in Congo helpt maatregelen te treffen om de ziekenzorg coronaproof te maken. We stuurden met een spoedovermaking geld zodat de goede dokter beschermende middelen kon bestellen in Oeganda. Hopelijk komen de mondkapjes en handschoenen de komende dagen aan.

In Irak worden nu zeep en watercontainers in de kampen neergezet. Op Lesbos leggen we extra kranen en douches aan, in Nigeria zijn er dankzij u voorlichtingscampagnes hoe corona te voorkomen is.

Wij werken inmiddels vijf weken thuis. Het wordt zwaarder en de effecten op onze economie zijn beangstigend. Ik durf niet te denken aan de gevolgen voor hen die niks hebben, ongewenst en vaak in een zwakke fysieke conditie zijn; vluchtelingen.

Wij gaan door. Vanavond, morgen, in het weekend. Elk mensenleven is er één.

Ik blijf u informeren en hoop dat u dat waardeert.

Met vriendelijke groet,

Tineke Ceelen

Goedenavond,

De laatste tijd houd ik u met regelmaat op de hoogte. Normaliter doe ik dat niet, maar deze situatie, deze pandemie, dit alles ontregelend virus maakt alles anders dan anders. Ik hoop dat u deze extra communicatie mijnerzijds op prijs stelt.

Terwijl we hier in Nederland langzaam hoop zien aan de horizon en de besmettingscurve gelukkig iets afzwakt, volgen we de ontwikkelingen in de rest van de wereld nauwgezet. In Afrika lijken de aantallen bevestigde coronagevallen tot nu toe beperkt, vertelde het NOS-journaal een paar dagen geleden.

Komt dat omdat er (nog) weinig corona is, omdat er geen testmaterialen zijn of omdat zieken niet naar de klinieken komen? We weten het niet. Wel weten we dat het virus niet verdwijnt in warmere temperaturen, zoals we hoopten. In India bijvoorbeeld, waar de thermometer dagelijks bijna de 40 graden aantikt, worden meer en meer besmettingsgevallen gemeld. Dit doet het ergste vrezen voor Afrikaanse landen.

Ondertussen zien we dat grenzen en luchthavens dichtgaan, dat vluchtelingenkampen afgesloten worden van de omgeving, dat miljoenensteden als Lagos en Abuja in Nigeria, in lockdown zijn gegaan. De hulpverlening wordt hierdoor nóg ingewikkelder want aanvoerroutes van mensen en handel, en dus óók hulpgoederen, raken afgesneden. Prijzen voor voedsel lopen scherp op. Langzaam dringt het besef ook tot de gewone man en vrouw in Nigeria, Kameroen en Congo door, dat er een ernstig probleem is. Vluchtelingen realiseren zich dat zij onder de meest gevaarlijke omstandigheden voor zo’n pandemie leven.

Want anderhalve meter afstand houden, hoe doe je dat in een vluchtelingenkamp waar mensen bovenop elkaar wonen. Je handen wassen met water en zeep, met die paar kranen voor tienduizenden mensen… en zeep, welke zeep?

Nu sommige landen ervoor kiezen vluchtelingenkampen af te sluiten, waardoor niet buiten het kamp naar hout gezocht kan worden om op te koken, of kleine klusjes gedaan kunnen worden om die ene maaltijd per dag mee te bekostigen, nu lopen de problemen heel snel op.

Terwijl ik u schrijf voel ik de beklemming. Maar juist nu mogen we niet dralen en zeker niet bij de pakken neerzitten. We zetten alles op alles om te helpen. Juist nu.

U helpt ons daarbij en daarvoor ben ik u zeer dankbaar. We hebben inmiddels een coronateam, onder leiding van onze arts Yoseph. Hij adviseert de medische programma’s en hulpverleners hoe zij zich voor kunnen bereiden op de komst van veel coronazieken. We regelen medicijnen, zeep en watercontainers. We ondersteunen voorlichtingscampagnes en bekijken mogelijkheden om bijvoorbeeld kleine cashdonaties te doen zodat mensen zelf voedsel kunnen kopen. Dagelijks bekijken we de ontwikkelingen en passen onze hulp daarop aan.

Vandaag vertelde ik u vooral over corona in Afrika, maar we helpen ook in Azië, Latijns- Amerika en zelfs in Europa. Op de Griekse eilanden worden nú kranen, toiletten en douches aangelegd in de vluchtelingenkampen, u bracht daarvoor het geld bij elkaar.

Blijft u vooral gezond, dat wens ik u van harte toe.

Met vriendelijke groet,

Tineke Ceelen

P.S. Ik vraag u met dit bericht niet om geld, dat heb ik al eerder gedaan; ik wil u informeren. Over de pandemie, over de vluchtelingen en over het werk dat we dankzij u kunnen doen. Als u toch (extra) wilt doneren dan mag dat natuurlijk altijd, elke euro is zeer welkom, maar nogmaals; dat is niet mijn doel vandaag.

Goedenavond,

Elke dag kleurt de wereldkaart met aantallen coronabesmettingen nog roder dan de dag ervoor. Na China, de Verenigde Staten en west Europa lijken nu Afrika en het Midden-Oosten aan de beurt. Het aantal gemelde besmettingen groeit en ook daar worden de eerste dodelijke corona slachtoffers ondertussen gemeld.

We kunnen de pandemie hier in Nederland niet stoppen, schreef ik u al vorige week, en daar, in de vluchtelingenkampen in Nigeria, Kameroen, Irak of Syrië al helemaal niet. Een ongekende tragedie dreigt. De vluchtelingen wonen in erbarmelijke onderkomens, vaak zelfgemaakte tenten, bovenop elkaar. Hun conditie is veel slechter dan die van ons, door het harde leven, onbehandelde ziektes en slechte voeding. De sanitaire voorzieningen in vluchtelingenkampen zijn bijna zonder uitzondering bar en boos; water en zeep zijn slechts beperkt voorhanden. Vluchtelingen staan uren te wachten om een emmer te kunnen vullen bij die paar kranen in hun kamp. Ideale omstandigheden voor een virus als corona om zich verder te verspreiden.

Hulpverlener Gerard van Mourik koos ervoor in Maiduguri te blijven, in het noorden van Nigeria, om van daaruit de twee miljoen mannen, vrouwen en kinderen te kunnen helpen die op de vlucht zijn voor het wrede geweld van Boko Haram en nu ook nog eens bedreigd worden door een nieuwe onzichtbare vijand, corona.

Gerard doet wat hij kan. Hij regelt handwasstations; grote watertonnen met een kraantje aan de onderkant en een stuk zeep ernaast. Ook helpt hij de mensen door uit te leggen wat ze moeten doen om te voorkomen dat ze het virus krijgen. Wij zorgen voor mobiele medische teams, een ambulance en medicijnen om Gerard in zijn werk te ondersteunen.

Ook uit een lange lijst andere landen komen beklemmende vragen om snelle hulp. Een inderhaast opgezet coronateam onder leiding van onze arts Yoseph werkt met man en macht; adviseert medische teams, stuurt zeep en watertonnen, medicijnen en geld om meer medici in te kunnen huren.

Genoeg zal het niet zijn, ik heb geen illusies. De mogelijke omvang van deze crisis beneemt me mijn adem. Het is veruit de ergste ramp die ik meemaak in mijn ruim 25 jaar werkzame leven ten dienste van de allerarmste medemens. Elk mensenleven is er één. Alle beetjes helpen. We kunnen nú levens redden, en dat is wat we gaan doen. Vastberadener dan ooit. U maakt dat mede mogelijk en daarvoor ben ik u zeer erkentelijk.

Ik wens u een goede gezondheid toe en sterkte in deze bijzonder moeilijke tijd,

Tineke Ceelen

Goedenavond,

U steunt ons werk. Een paar keer per jaar vertel ik u over hetgeen ik zie in vluchtelingenkampen over de hele wereld. Mensen op de vlucht voor oorlog en geweld waar zij part noch deel aan hebben. Ik probeer ervoor te zorgen dat deze vluchtelingen een stem krijgen; in mijn berichten aan u, in de media, in de Tweede Kamer. Ik vertel aan wie maar wil luisteren over de radeloosheid, de armoede en de uitzichtloosheid waarin miljoenen gewone mannen, vrouwen en kinderen, buiten hun schuld terecht gekomen zijn. Met het geld dat u op deze verzoeken van ons geeft, stropen wij de mouwen op en helpen we, met hele elementaire dingen als water, medische zorg en toiletartikelen.

Maar nu. De wereld ziet zich geconfronteerd met een hele andere vijand; eentje die we niet kunnen zien, niet van ons weg kunnen duwen, waar we ons niet tegen kunnen wapenen. Wij niet, en zij in die overvolle, erbarmelijke vluchtelingenkampen in landen als Nigeria, Congo, en Griekenland ook niet.

Ik maak me grote zorgen. Om ons, om mijn oude moeder in Brabant, om u allemaal, maar nog veel meer om hen die weerloos en kwetsbaar moeten overleven. Zonder intensive care, zonder een eigen kraan of toilet, zeep of fatsoenlijk onderdak. Als corona, dat rottige virus dat ons binnenhoudt en ervoor zorgt dat we wc-papier en eieren hamsteren, toeslaat in de vluchtelingenkampen, dan dreigt een inferno waarvan ik de omvang niet kan overzien. Velen zullen sterven.

We kunnen corona hier niet stoppen, en daar dus al helemaal niet. Wel kunnen we zorgen voor water, zeep, basismedicijnen en artsen. Het minste dat we kunnen doen. Onze hulpverleners zijn nog altijd ter plekke, met groot gevaar voor hun eigen gezondheid en leven. Laten we de tijd die er nog is, snel gebruiken om ook de vluchtelingen beter voor te bereiden op wat gaat komen.

Wij willen nu hulp bieden. Helpt u mee?

Ik wens u heel veel sterkte en een goede gezondheid toe in deze zware tijd.

Tineke Ceelen

Directeur Stichting Vluchteling