Reisverslag Oekraïne: “Bang? We zijn veel meer dan bang”

Oekraïne verkeert in grote nood. Het land ligt in puin door de oorlog en is doordrenkt van verdriet, angst, wanhoop en trauma. Tineke Ceelen, directeur van Stichting Vluchteling, is momenteel ter plaatse en spreekt verschillende hulpverleners en ontheemden over de zorgwekkende situatie. Lees haar reisverslag.

Foto van Tineke met helm op in Oekraïne met verwoeste omgeving

Dinsdag 21 juni 2022

‘Hoe hebben jullie die vesten Moldavië binnengekregen?’, vraagt de douanier stomverbaasd terwijl hij naar onze tassen met kogelvrije vesten en helmen staat te kijken. ‘Nou gewoon’, antwoord ik, verbaasd om de poeha die de beschermende materialen opleveren. Journalisten reizen ook met dergelijk materiaal naar Oekraïne, ik had nog nooit gehoord dat dat problemen gaf.

Een klein uurtje soebatten later lukt het ons dan toch om mét vesten Moldavië te verlaten, en Oekraïne in te rijden. ‘Nu nog maar hopen dat ze onderweg bij een checkpoint niet afgepakt worden’, mompelt mijn collega. Onze vesten zijn van een veel betere kwaliteit dan die van de jongens die in de frontlinie van deze oorlog vechten.

Foto in magazijn

We gaan naar Odessa, ook wel bekend als ‘Parel aan de zwarte zee’, en tot voor kort een populaire badplaats voor met name toeristen uit Rusland. Het is heel stil in de stad, alsof het een kalme zomerse zondag is. Er is nauwelijks verkeer en er zijn weinig mensen op straat. Een flink deel van de bevolking ontvluchtte Odessa toen de Russen Oekraïne binnenvielen in februari, en alhoewel de stad honderdduizenden ontheemde Oekraïners opvangt, en er ook mondjesmaat sprake is van terugkeer van gevluchte bewoners uit het buitenland, is het nog altijd opmerkelijk kalm, in de straten van de stad.

We lopen door het centrum, met zijn statige klassieke architectuur. Een school, midden in de stad, is ingericht als distributiecentrum van hulpgoederen in alle soorten en maten. Lange gangen staan links en rechts tot aan het plafond volgestapeld met dozen met mais, zakken pasta, pakken luiers, soep, wasmiddel en zelfs ‘Douwe Egberts groen’; koffie met een mokkasmaakje uit Nederland. In elk klaslokaal staan gesorteerde goederen; in de ene klas toiletartikelen, in de andere babyspullen en in een derde kleding en schoeisel.

Oekraïense vluchtelingen worden hier geregistreerd en mogen aangeven wat ze nodig hebben. ‘Ons systeem is net als dat van McDonalds’, grapt de vrijwilligster die leidinggeeft aan de enorme hulpoperatie, ‘we tikken in de computer in wat de vluchtelingen willen hebben, vrijwilligers verzamelen die spullen en geven ze aan de mensen af’.

Gewone Oekraïners, burgers, maar ook nationale en internationale hulporganisaties brengen de hulpgoederen bij elkaar. Vrijwilligers sorteren de spullen en zorgen ervoor dat ze bij de mensen terecht komen die, vaak met niets dan de kleren die ze droegen, volledig berooid in Odessa aankomen.

Als we even buiten staan, waar verse groenten en fruit gesorteerd worden, komt een auto voorgereden. Een man laadt een stuk of 10 dozen uit met medicijnen, verbandmiddelen en potjes vitamines. Nieuw gekocht zo te zien. ‘Zo gaat het de hele dag door’, wordt ons verzekerd, ‘dit is ons land, we zullen onze eigen mensen helpen’.

Woensdag, 22 juni 2022

Het is geen vijfsterrenhotel, zeker niet, maar toch een fantastische plek als je het vergelijkt met de vele ‘collective shelters’ die ik eerder bezocht in Oekraïne. Voor 80 euro per maand kun je een kamer huren, met een eigen douche en een piepklein keukenblokje. Als je een kamer-en-suite wilt, dan betaal je 100 euro per maand. Spotprijzen voor landgenoten op de vlucht. Ongeveer 70 gezinnen vinden er onderdak, in wat normaal een hotel is.

Kamers onder de grond, in het basement, zijn zeer geliefd. Ik vind die kamers juist muf, bedompt en donker. Maar de gevluchte bewoners komen uit Marioepol, of uit Kharkiv of Mikolaiv. Zij slapen liever ondergronds, dat beschermt beter tegen de bommen, weten zij uit ervaring.

Foto van moeder met dochter in Oekraïne

In de conferentiezaal van het hotel zit een twintigtal, vooral, vrouwen en kinderen op mij te wachten. Ze wonen allemaal in dit hotel, en ze zijn allemaal op de vlucht voor het geweld van de oorlog. En ze willen graag praten, ook dat hebben ze met elkaar gemeen. Ze willen vertellen wat hen overkwam, over hun verdriet, angst, pijn.

De zestigjarige Svetlana uit Marioepol snelt direct naar voren als ik vraag wie haar verhaal wil doen, ze is nauwelijks meer stil te krijgen in de uren die volgen. Haar huis bestaat niet meer, evenmin als haar spaartegoed op de bank. Haar man is 15 jaar ouder geworden de afgelopen maanden, vertelt de oude vrouw, en het wordt elke maand lastiger om aan zijn medicijnen te komen die hij moet slikken omdat hij suikerziekte heeft. Het kleine pensioentje van het stel gaat op aan de huur van hun hotelkamer en medicijnen. Eten, kleding en toiletartikelen krijgen ze in de school waar wij eerder waren. ‘Anders konden wij niet leven mevrouw’, verzucht de dame terwijl ze vanuit een huilbui al mopperend haar lotgenoten veroordeelt die vragen om een wasmachine of een droger. Volslagen onzinnig, vindt Svetlana het verzoek, als ondertussen haar en andere zonen vechten aan het front. En dan huilt ze weer.

Julia is een mooie, goed verzorgde jonge vrouw. Haar nagels zijn prachtig gevijld en lichtpaars gelakt. Julia en haar dochter Angelina, 10, houden elkaar veel vast. Het meisje wrijft de tranen uit de ogen van haar moeder. Julia´s man vecht in het leger, af en toe hoort ze van hem, maar niet vaak. Eigenlijk moet Julia werken, want hoe gaat ze op den duur de huur van hotel betalen? En alle andere dingen die nodig zijn om te leven. Maar, ook uit Julia´s ogen druppelen tranen: ‘hoe kan ik nou mijn kind overdag achterlaten als ik ga werken? Stel dat er een bombardement komt? Dan moet ik toch bij mijn dochter zijn?’ Angelina rent naar haar snikkende moeder en slaat haar kleine armpjes om haar heen. Moeder en dochter willen naar het buitenland, zodat Julia met een gerust hart de kost kan verdienen, en Angelina weer naar school kan.

Het kost moeite te vertrekken. Iedereen wil met ons praten, vertellen wat ze zagen gebeuren, benadrukken hoe ongelofelijk het is dat hun Russische buren en vrienden dit enorme leed veroorzaakten maar ook om nóg eens trots te laten weten dat Oekraïne deze oorlog écht gaat winnen, al kost het al hun zonen.

Vrijdag 24 juni 2022

Ze komen uit Severodonetsk, het kleine meisje Paulina en haar ouders. Paulina, 3, is zonder zorgen, ze duikelt over het bed, springt van het ene op het andere, zit geen moment stil. Vrolijk, en lief is ze. ‘Paulina houdt ons overeind’, verzekeren Andrej en Marina ons.

Het gezin trekt sinds maart door Oekraïne, niet goed wetende wat te doen of waar te blijven. Andrej heeft het gezin overal ingeschreven voor hulp. Bij de Oekraïense overheid voor een kleine uitkering, en ook bij de VN, voor cash ondersteuning. Maar tot nu toe hoorden ze van niemand meer terug. Het blijft stil, en de bankrekening leeg. Andrej heeft geen cent meer en is afhankelijk van het kleine pensioentje van de moeder van Marina, en van wat hij krijgt van hulporganisaties.

Foto van jong meisje die ligt op haar arm

‘U wilt het liefst naar huis’, constateer ik, waarop Andrej rap reageert: ‘We hebben geen huis meer’. Het brandde tot de grond toe af na een bombardement. En dan zie ik dat Andrej huilt. De tranen lopen over zijn wangen. ‘Ik ben bang voor het niets, de leegte, de onzekerheid’, verzucht hij.

In een andere kamer in dit grote gebouw dat ter beschikking gesteld werd door een particulier, vinden we een groep mensen die net zijn aangekomen uit Volcheyarovka. Terwijl er om hen heen gevochten werd, de bommen letterlijk naast hen insloegen en de raketten overvlogen, verlieten zij dan uiteindelijk ook hun huizen. Waarom ze zo lang thuisbleven? Hun huizen, hun dieren, waar moesten ze naartoe? En er was hoop dat het snel beter zou worden. Maar dat werd het niet. Vrijwilligers haalden hen op. Een lange reis, ze deden vijf dagen over 370 kilometer. Kruip door, sluip door, angstig, onzeker en berooid. En nu zitten ze hier, houden elkaar vast, en huilen om beurten.

De 65-jarige Wassili hijst zijn t-shirt omhoog, ik zie een flinke uitstulping net onder zijn navel. De ontredderde man tilt even zijn petje op, ik zie stukken kaal hoofd. Wassili is kankerpatiënt, hij zat middenin ‘een chemische behandeling’, zegt hij. Die is nu gestopt. De man is radeloos. Hoe moet het nu verder?

En zo gaat het overal. Het verdriet is bijna aanraakbaar, net als de wanhoop.

We zijn erbij als voedselpakketten uitgedeeld worden, betaald door ons, met het geld van Giro555. Ik vraag een paar mensen hoe belangrijk die dozen voedsel zijn. ‘We hebben echt letterlijk niets meer mevrouw, en we hebben alles nodig’.

Zó belangrijk zijn die dozen en de rest van de hulp die we dankzij u kunnen geven.

Zaterdag 25 juni 2022

We rijden met ons kleine konvooi Zaporizhzhia binnen. Op onze auto’s wapperen vlaggen om soldaten bij wegversperringen te waarschuwen dat de auto’s hulpverleners en hulpgoederen vervoeren. Slalommend tussen de zandzakken en metalen kruisen die de Russen de weg moeten versperren, passeren we de zwaarbewaakte stuwdam. Snel daarna zijn we er, bij een humanitair centrum waar tal van goederen en diensten voor gevluchte Oekraïners onder één dak bij elkaar gebracht zijn.

Foto van knuffelberen in Oekraïne

Het plaatselijke Rode Kruis heeft tweedehands kleding; Artsen zonder Grenzen is aanwezig in de dokterspost; Save the Children beheert een binnenspeeltuin waar de kleintjes even de ellende kunnen vergeten en veilig kunnen spelen terwijl hun ouders met een winkelwagentje langs de verschillende punten gaan waar hulpgoederen uitgedeeld worden. Wij zijn present met voedsel- en hygiënepakketten. Dozen met zeep, wasmiddel, tandpasta en handdoeken, en pakketten met pasta, olie, vlees en zout voor vluchtelingen die kunnen koken.

Hier, op 50 kilometer van de frontlinie, komen ook vrijwilligers uit de dorpen waar hard gevochten wordt en waar ondanks het voortdurende geweld tóch bewoners achtergebleven zijn. Vooral oude mensen, mensen met een beperking en zij die geen geld hebben om te betalen voor vervoer en geen idee hebben hoe ze zichzelf zouden moeten onderhouden als ze hun thuis verlaten. Daar, thuis in de frontlinie, is meestal geen elektriciteit, geen gas en geen stromend water. Voor hen zijn speciale pakketten voedsel samengesteld die recht uit de verpakking gegeten kunnen worden. Vis en vlees uit blik, broden, crackers en gecondenseerde melk, bijvoorbeeld.

Ik spreek met een vrouw die uit Orihiv komt, zo’n stadje in de frontlinie. Van de 20.000 oorspronkelijke inwoners zijn er nog zo’n 4.000 ter plekke, inclusief 200 kinderen. Vooral veel ouderen, die dringend geholpen moeten worden. Ze rijdt straks met een busje vol met hulpgoederen weer naar huis. Ze neemt vreemde en lange omwegen om te voorkomen dat zij of de hulpgoederen in handen van de Russen vallen. Een moedige dame, die me warm omhelst terwijl ze zachtjes huilt. Onze chauffeur houdt het ook niet droog wanneer hij hoort hoe precair de omstandigheden in Orihiv zijn.

Later, op bezoek bij een hulppost van onze collega’s van Caritas, gaat opnieuw het luchtalarm. Tot nu toe was ik gewend dat niemand zich iets van zo’n alarm aantrok. Rostyslav echter, de baas van Caritas in Zaporizhzhia, aarzelt geen seconde. Hij gebaart ons direct mee te komen naar de veiligste plek in het pand. ‘Alleen dwazen die het gevaar van bombardementen niet kennen, negeren het luchtalarm’, verzekert Rostyslav ons. Hij verloor twee collega’s bij een beschieting van zijn kantoor in Marioepol, zijn zoon zag zijn vriendinnetje voor zijn ogen sterven. Rostyslav maakt thee voor ons en onderstreept dat we niet bewegen tot we zeker weten dat het gevaar geweken is.

Zondag 26 juni 2022

‘Hier’, zegt de arts met wie we praten in een van de grootste ziekenhuizen van Oekraïne. Hij legt een fors stuk ijzer op tafel. Het is zwaar en roestig. ‘Dat heb ik uit een patiënt gehaald’.

Alsof ik hem wel niet zal geloven laat de chirurg me, op zijn mobiele telefoon, ook nog de foto van de operatie zien. Ik trek wit weg, krijg slappe benen, alleen al van de beelden.

Militaire-, maar zeker ook burgerslachtoffers, worden hier geholpen. De zalen liggen vol. We mogen, met blauwe plastic hoesjes over onze schoenen, even praten met een paar patiënten. De een is er nog slechter aan toe dan de ander.

Foto van man met blauwe kleding die zijn telefoon laat zien

‘We hebben hele sterke antibiotica nodig, en ook stevige pijnstillers’, zegt de arts indringend. ‘Met paracetamol beginnen we hier niets’. De arts is duidelijk op de hoogte van het Nederlandse beleid om zuinig te zijn met antibiotica en zeker met sterkte pijnstillers. De zwaardere varianten die hij ons gevraag had hebben we hem, heel Nederlands, niet geleverd.

Maar de arts is ook enorm dankbaar voor de medicijnen die wél geleverd werden. Inmiddels kreeg het ziekenhuis vijf transporten uit Nederland geleverd, betaald met Giro555-middelen. Het wordt ons heel duidelijk gemaakt dat zonder die medicijnen, de ellende nog veel groter zou zijn.

Aangedaan vertrekken we weer. Op de stoepen van het ziekenhuis hangen herstellende patiënten, de een met zijn hoofd in het verband, de ander met haar been. Hangend tegen een stapel zandzakken, preventief neergelegd tegen mogelijke raketinslagen, roken ze hun sigaretje.

We rijden naar Poltava, passeren diverse wegversperringen, net als op alle andere trajecten die we gereden hebben. Morgen bezoeken we Charkiv, de tweede stad van Oekraïne en hoog op het verlanglijstje van de Russen. De stad was even deels in handen van de Russen, toen trokken ze zich terug en nu wordt de stad weer aangevallen. Van uur tot uur wordt in de gaten gehouden of we wel kunnen gaan morgen. Ongevaarlijk is de reis zeker niet. De kogelvrije vesten en helmen liggen klaar om mee te reizen. We moeten ze de hele tijd dat we in Charkiv zijn, dragen. Het stuk ijzer op de tafel van de dokter in gedachten heb ik geen enkele aandrang kritische vragen te stellen over het gebruik van het vest en de helm.

Maandag 27 juni 2022

In de verte dof gedreun. We zijn in Saltivka, de wijk van Charkiv die het dichtst tegen de frontlinie aan ligt. Een kilometer of 18, schat onze begeleider, een inwoner van Saltivka. We zijn dus binnen bereik van de Russische artillerie.

We dragen een zware, kogelvrije, helm en een vest. Het moet een gek gezicht zijn voor de drie bejaarden die op een bankje voor een gehavend flatgebouw wat zitten te keuvelen, of voor die langslopende jonge moeder in korte broek.

De bewoners vertellen dat ze niet weg kunnen uit Saltivka. Er is geen geld, geen plek om naartoe te gaan en niemand om te helpen. En dus blijven ze thuis. Het glas is bij elkaar geveegd, en de kapotte ramen vervangen door plastic zakken. Als ik in de verte weer zo’n ontploffing hoor, vraag ik aan de onbewogen ouderen of ze niet bang zijn. ‘Bang? We zijn veel meer dan bang mevrouw’, krijg ik als antwoord, ‘maar welke keuze hebben we?’.

We zien de schuilkelder die door de flatbewoners gebruikt wordt als het luchtalarm afgaat. Een klein deurtje aan de zijkant van het gebouw geeft toegang tot 3 ondergrondse ruimtes. Het plafond is laag en het stinkt er. De kelders zijn vooral veel gebruikt in februari, toen het hier soms wel 20 graden onder nul werd. De verbrande matrassen zijn een restant van een poging toch iets van warmte te organiseren voor de bange, verkleumende mensen, van wie de meesten bejaard waren of een beperking hebben.

Foto van Tineke met helm op in Oekraïne met verwoeste omgeving

Nu is het doodstil op straat. Tijdens ons bezoek aan Saltivka komen we hooguit een handjevol mensen tegen. Ook in de rest van de stad, Charkiv, is het akelig rustig. Er zijn nauwelijks auto’s, veel panden zijn dichtgetimmerd, de standbeelden ingepakt, winkels dicht en terrassen leeg.

Het ziekenhuis daarentegen heeft het druk. Ambulances rijden af en aan. Veel oorlogsslachtoffers worden eerst hierheen gebracht en later, als behandeling moeilijk of langdurig zal zijn, worden de patiënten doorgestuurd naar andere steden, verder weg van het front.

We brengen medicijnen, een klein vrachtwagentje vol. Vooral de ketamine wordt juichend ontvangen. Zwaargewonden hebben meer nodig dan een paracetamolletje, zoals ook de directeur van het ziekenhuis in Dnipro ons al verzekerde.

We leveren ook luiers voor ouderen, setjes met tandenborstel, zeep en shampoo en wasmiddel. De hulpgoederen worden dankbaar ontvangen.

Als we wegrijden uit Charkiv gaat het luchtalarm af. Onze veiligheidsman staat erop dat we de kogelvrije beschermingsmiddelen blijven dragen, ook in de auto, tot we bij het eerste tankstation op de snelweg zijn. Het ziet er nogal potsierlijk uit, vier mensen met helm en scherfvest aan in een auto, kan ik u vertellen.

Dinsdag 28 juni 2022

Vandaag rijden we, na een ruime week allerlei hulpprogramma’s in diverse plaatsen in het oosten van Oekraïne bezocht te hebben, terug naar Odessa. We zullen een uur of 12 onderweg zijn verwachten we, inclusief oponthoud aan checkpoints en koffiepauzes.

Dit land is heel groot, daar verkeek ik me bij mijn vorige bezoek aan het westen ook al op. Je bent uren onderweg van de ene naar de andere stad.

Op al mijn reizen, kriskras over de wereld, ben ik zelden langer weg dan een week, maar in één week Oekraïne zie en doe je niet veel.

Verwoest winkelcentrum in Oekraïne

Twee uur na vertrek uit Poltava passeren we Krementsjoek. Hier vloog gisteren een raket een winkelcentrum binnen. De ontploffing veroorzaakte een enorme vuurbal. Het winkelcentrum brandde volledig af. In de wijde omgeving is het glas gesneuveld. Winkeliers vegen en praten na over deze totaal onverwachte aanval op hun stad. In een hoek van het centrum hangt een rijtje jurken op hangertjes in een kast. Als in een wonder bleven deze kledingstukken gespaard. Verder zie ik niets herkenbaars. Alles is verbogen en zwart geblakerd. Brandweer, leger, politie en talloze vrijwilligers ruimen het puin en zoeken naar sporen van de 36 vermisten. ‘Hier kan toch niemand meer levend uitkomen?’, verzucht ik tegen een Engelssprekende vrijwilliger. Hij knikt verdrietig en bevestigend.

Analisten denken dat het winkelcentrum per ongeluk geraakt werd, dat het eigenlijke doel iets anders was. Nog maar een paar dagen geleden gebeurde iets soortgelijks in de hoofdstad Kiev, waar een appartementencomplex geraakt werd. Ook dat zou een jammerlijke misser geweest zijn. Gewone vrouwen, mannen en kinderen stierven, veel anderen werden opnieuw bang voor hun toekomst.

Uren later, aangekomen in Odessa, volgt het ene luchtalarm het andere op. Nog altijd reageert niemand, ook wij niet.

MEER WETEN OVER ONZE NOODHULP IN OEKRAÏNE?


Stichting Vluchteling
English
sluit