28-11-2022

Reisverslag Oekraïne: "Hoe ga je opereren in een ziekenhuis zonder stroom?"

Miljoenen Oekraïners zitten zonder stroom door de vele aanvallen op het elektriciteitsnet. Dat betekent: geen verwarming, geen stromend water en geen licht. Om maar een paar problemen op te sommen. Onze directeur Tineke Ceelen is momenteel ter plaatse om onze noodhulpprojecten te bezoeken en doet verslag.
 

Er is iets veranderd in Oekraïne, vergeleken bij mijn vorige drie reizen naar dit geteisterde land. Deze keer is het kogelvrije vest in de kofferbak geen issue, de vorige keer was het nog een heel probleem. Toen mochten we het eigenlijk niet invoeren omdat het een militaire uitrusting zou zijn. De checkpoints daarentegen lijken meer gespannen, ze zijn er ook vaker, op de doorgaande weg van de grens van Moldavië met Oekraïne naar de stad Odessa. En als we bij ons hotel uitstappen slaan de dieseldampen je onmiddellijk op de adem. De koffietentjes tegenover ons hotel, en ook ons hotel zelf, hebben elektriciteit dankzij generatoren. Het is een geronk dat het een lieve lust is.

Odessa is relatief veilig vanwege de deal over het graan, dat uit de haven hier het land uitgaat. Toch is ook hier de civiele infrastructuur onder vuur genomen, met als gevolg dat de elektriciteit in een deel van de stad het niet doet. Zonder elektriciteit is er ook geen stromend water, geen licht, je kunt je telefoon niet opladen, de benzinepomp doet het ook niet en hoe ga je opereren in een ziekenhuis zonder stroom? Om maar wat problemen te noemen. Het ergst van alles is eigenlijk nog de kou. Als er geen elektriciteit is, is er ook geen verwarming, terwijl de winter zijn intrede gedaan heeft. De temperaturen dalen tot onder het vriespunt ’s nachts. Op onze avondwandeling door de stad merken we hoe koud het is, en hoe donker… Ik ben dankbaar voor de muts, handschoenen en zaklamp in mijn bagage.

Vanuit mijn hotelkamer hoor ik gitaarmuziek en gezang buiten. ‘No women no cry’, zingt een jonge stem. De Oekraïners houden de moed erin, ondanks alles.

Vier uur nadat we uit Odessa vertrokken zijn, draaien we het erf van de Nederlandse boer Kees Huizinga op. De boomlange Groninger woont sinds 20 jaar in Oekraïne en leidt een, zeker voor Nederlandse begrippen, enorm boerenbedrijf. Uien en wortels, mais, zonnebloemen, gerst, in totaal 15.000 hectare landbouwgrond, 2000 koeien en dat is vast lang niet alles. Op het terrein van de boerderij staat een stevige rij landbouwmachines keurig gewassen naast elkaar opgesteld. Later komen we erachter dat ook verderop gelegen schuren, silo’s, drooginstallaties en nog meer enorme zaai- en oogstmachines deel uitmaken van dit Oekraïens/Nederlands agrarisch imperium. Honderden mensen, vooral uit de directe omgeving van de boerderij, werken voor Huizinga. We komen er al snel achter dat hij niet alleen voor werk zorgt.

Binnen worden we gastvrij ontvangen met door de boer zélf gebakken brood, kaas, worst en pepernoten. Huizinga heeft een viertal vrijwilligers uitgenodigd om met ons te praten. Ik val van de ene verbijstering in de andere. De kranige jonge vrouwen rijden met busjes hulpgoederen naar de frontlinies. Vannacht om half twee gaan ze weer op stap, deze keer naar een dorp aan het Dniepr, een klein uurtje ten noordoosten van Cherson, ruim binnen bereik van de Russische artillerie. Checkpoints en avondklokken zijn geen probleem, vertellen ze ons schokschouderend. De landmijnen, bombardementen en beschietingen wel. Even overwegen we met de vrouwen mee te reizen, tot het besef indaalt dat er voor ons geen enkele reden is zo’n gevaarlijke tocht te maken, in het donker nog wel.

Huizinga en de vrijwilligers laten zien wat ze aan hulpgoederen in hebben weten te zamelen. De busjes worden geladen met hulpgoederen voor de tocht naar het front vannacht. Appels, luiers, tomatensaus, pasta, koekjes, wc papier. En ook een aantal kleine generatoren en een stapel emmers met waterfilters. De filter zelf komt uit Nederland, de emmers uit Oekraïne. Vluchtelingen stellen de filters samen. Het eindproduct is zeer gewild omdat velen gedwongen worden water te drinken uit sloten nu er door de kapot gebombardeerde elektriciteitsvoorzieningen op veel plaatsen, met name aan het oostfront, geen stromend water meer is.

In een andere schuur staan rijen fietsen uit Nederland, en weer een eindje verderop goede maar afgedankte bedden uit een Nederlands verzorgingshuis. Terwijl de boer ons uitlegt hoe de enorme houtkachel het privéhuis, kantoor, bedrijfsgebouwen en ook een aantal appartementen verwarmt, vertelt hij tussen neus en lippen door dat hij ook nog drie vluchtelingengezinnen huisvesting biedt.

Engelen bestaan. Dat weet ik nu zeker.

‘Zorg dat je telefoons, laptop en powerbanks geladen zijn’, waarschuwt onze collega Lisa. Zelf kwam ze gisteren met haar eigen auto uit Kiev gereden. De Oekraïners zijn bang. Vooral de maandag is een dag waar angstig naar uitgekeken wordt, en dan met name het ochtendspitsuur. Dan vallen de Russische bommen waarna de elektriciteit uitvalt, het openbaar vervoer in het honderd loopt en het al zo moeilijke leven in deze oorlogsrealiteit, nóg ingewikkelder wordt.

Deze ochtend echter gebeurt er, de hemel dank, niets.

We rijden naar Mikolajiv, zo’n 130 kilometer van Odessa richting Cherson. Mikolajiv is een veelgeplaagde stad. Veel Russische bommen kwam hier neer en lange tijd lag de stad in de frontlinie. De helft van de bevolking is vertrokken, de straten zijn opmerkelijk leeg en ramen dichtgetimmerd. We zien ook veel militairen en militaire voertuigen. Bij een tankstation komen vier jonge mannen uit een stokoude, in oorlogskleuren handgeschilderde Lada gerold. Vrijwilligers op weg naar het front.

Mikolajiv heeft een drinkwaterprobleem. Het water uit de kraan, zo er al water uit de kraan komt, is vervuild. Bij een distributiepunt van drinkwater staat een lange rij mensen met jerrycans, en even verderop een nog veel langere rij voor voedselpakketten. Bij de babyspullen ontmoet ik Tanja en haar drie maanden oude baby Alisa. Tanja vertelt dat het leven zo duur geworden is in het belegerde oosten dat het moeilijk is voldoende voedsel op tafel te krijgen. Luiers en babyvoeding zijn heel duur, en moeilijk verkrijgbaar. Ze is dankbaar voor de hulp die ze krijgt. Een oudere vrouw vult een paar flinke flessen met water. Ze komt een paar keer per dag zegt ze, de familie is met velen. Water halen is haar taak.

Aan het eind van de dag rijden we naar een vluchtelingenopvang aan de Zwarte Zee. Het regent, er staan nauwelijks borden, er is geen straatverlichting. Alsof je in een zwarte glazen bol rijdt. Uiteindelijk komen we uit bij een kuuroord, een hotelgebouw waar ruim 300 vluchtelingen uit Cherson worden opgevangen. Langs de kant van de weg liggen de waterfietsen opgestapeld, naast de ligbedden, het lege zwembad en het andere vertier uit vervlogen tijden.

Het gezin van Lena was heel blij toen hun dorp, onder de rook van Cherson, bevrijd werd van de Russen. Na 9 lange maanden wachten en bang zijn. Maanden ook waarin de roebel als betaalmiddel werd ingevoerd, het leven steeds duurder werd en mannen spoorloos verdwenen. Lena huilt. Wie had kunnen vermoeden dat het gezin ná de bevrijding alsnog op de vlucht moest, toen hun dorp pal op de nieuwe frontlinie kwam te liggen.

In een zaal die dienst doet als restaurant voor de 300 vluchtelingen, komen we Andrej tegen. Hij komt oorspronkelijk uit Cherson, was met zijn 13-jarige zoon Ygor en 1-jarig meisje Lisa gevlucht. Eerst naar Kiev, toen naar Lviv, nu aan de rand van de Zwarte Zee. Andrej wil heel graag naar huis, zijn kinderen die hun moeder een jaar geleden aan corona verloren, een toekomst geven.

Het is aardedonker in Odessa als we om 6 uur in de ochtend de stad uit rijden. Er brandt vrijwel nergens licht. In de westerse media wordt geschreven dat de elektriciteit in het grootste deel van Oekraïne hersteld is na de grote bombardementen van een dag of tien geleden. In de praktijk zien we dat veel burgers het zonder stroom moeten stellen, in het gunstigste geval een aantal uren per dag de telefoons op kunnen laden en de was in de machine kunnen doen. Rondom ons hotel is het aardedonker ’s nachts, geen lamp brandt als de generatoren ophouden te brullen.

We gaan naar Kherson vandaag, de stad die recent weer onder controle van de Oekraïners kwam. Het is een spannende en ook niet ongevaarlijke missie. Dagelijks wordt de stad beschoten. Het luchtalarm is, voor zij de aftocht bliezen, door de Russen onklaar gemaakt. Niet dat dat veel uitmaakt, tussen het afschieten van een raket en het moment van inslag in Kherson ligt nog geen halve minuut. Het luchtalarm zou dus niemand de tijd geven zich in veiligheid te brengen.

De weg naar Kherson is zo goed als leeg. Het geeft een beklemmend, onwerkelijk gevoel. De checkpoints nemen veel tijd in beslag, met een klein legertje militairen die grondig hun werk doen. Onderweg zien we totale verwoesting. Hele dorpen zijn van de kaart geveegd. Af en toe loopt een eenzame eigenaar te zoeken naar zijn waardevolle bezittingen in de ruïnes van de woningen.

Eenmaal in Kherson zien we overal lange rijen mensen staan. Wachtend op voedsel of water. Thuis komt geen druppel meer uit de kraan, al vele maanden niet. Voedsel is schreeuwend duur geworden of niet meer verkrijgbaar.

In het stadsziekenhuis treffen we het, de artsen zitten allemaal bij elkaar bij de medisch directeur. Op onze vraag wat er nodig is komen ze om beurten naar ons toe met lijsten medicijnen en plaatjes van apparatuur die versleten is of die een verschil zou maken bij de behandeling van al die oorlogsgewonden die zich na elke raketinslag in de omgeving melden.

Het hoofd van de trauma afdeling neemt ons mee naar 68-jarige Andrej. Hij werd eergisteren geraakt door rondvliegend metaal toen drie raketten in de buurt insloegen. De röntgenfoto van zijn hand laat een ravage aan de binnenkant zien. ‘Eigenlijk hebben we externe fixateurs nodig’, vertelt de arts, ‘maar die schroeven en platen hebben we zo regelmatig nodig, voor zoveel gewonden, dat we er niet genoeg hebben’. Het herstel van de man zal daardoor langer duren en nooit zo goed zijn als zou kunnen mét fixateurs.

Het tweede ziekenhuis dat we bezoeken, het enorme provinciale ziekenhuis, kreeg méér hulp van overheid en organisaties, maar ook zij kampen met tekorten aan medicijnen en apparatuur. We praten nog even na met Natalya, de juriste van de kliniek. Zij vertelt ons hoe zwaar het leven is zonder verwarming en licht. ‘Maar’, zegt ze er lachend bij, ‘beter vrij in de kou en het donker dan warm en in het licht met de Russen’.

We moeten weg, in de middag loopt de kans op aanvallen op. Het gonst al dagen van de geruchten over op handen zijnde grote bombardementen op de civiele infrastructuur. Op waterleidingen en elektriciteitscentrales dus.

Bij het verlaten van de stad stoppen we nog even bij het bord ‘Cherson’ om een paar foto’s te maken. In korte tijd horen we twee doffe klappen in de verte. Bommen op de stad.

Later, terwijl het ene luchtalarm na het andere gaat, krijgen we te horen dat er een raket ingeslagen is in het ziekenhuis waar we net vandaan komen. Hele korte tijd dus nadat wij Natalya gedag zeiden en terugreden naar Odessa. Misschien was het een van die doffe klappen….

‘Het is rustig in Odessa’, zeg ik gerustgesteld tegen mijn collega. De al dagenlang gevreesde zware aanval van de Russen blijft uit, en het luchtalarm stil. Elke dag komen er meer generatoren bij in de stad, tijdens een minuut wandelen tel ik er zo tien. De herrie van de brullende generatoren en de stank van de diesel waar die dingen op lopen, worden dus ook steeds erger. Maar, en daar had ik even niet aan gedacht, niet alleen het licht, het water en de verwarming valt uit als er geen normale elektriciteit is, maar óók het luchtalarm…   

We gaan naar het, naar eigen zeggen, grootste distributiepunt van noodhulp van het land. In een voormalige school liggen de zakken pasta en blikken tomatenpuree tot aan het plafond opgestapeld. In het ene klaslokaal vind je alles voor baby’s, van potjes Olvarit tot luiers, van spenen tot billendoekjes. In het volgende lokaal is een goed uitgeruste drogist ingericht. Tandpasta, maandverband, zeep en shampoo, het is er allemaal. Ik bezocht deze plaats eerder, in april dit jaar. Er is veel verbeterd sindsdien, een goed geoliede machine registreert de mensen die voor hulp komen en zorgt dat de, met name oudere vluchtelingen, krijgen wat ze nodig hebben. Het is waterkoud buiten. Mijn voeten doen pijn van de kou, ik sta letterlijk te klappertanden. In de rij voor de deur wachten hoogbejaarden urenlang op hun beurt. Zonder de hulp zouden ze het niet redden, vertellen ze ons.   

En dan verschijnt opeens Marina, een struise blondine die mij ook in april rondleidde in het distributiecentrum. Ze vertelt dat de vrijwilligers moe zijn, en boos, verdrietig en bang. Na al die maanden vrijwilligerswerk is de rek eruit. Veel van deze jonge mensen staan op instorten. Maar nog altijd kloppen veel nieuwe vluchtelingen aan voor hulp. Nu komen elke dag mensen uit Cherson voor een doos etenswaren of toiletartikelen. De emoties lopen hoog op. Dit zijn veelal mensen zonder reserves of eigen auto, en meestal ook zonder netwerk. Met de evacuatie-bus kwamen ze uit Cherson aan in Odessa, en hier moeten ze zich zien te redden.   

De inzet van vrijwilligers is fenomenaal. Feitelijk zijn zij het die de belangrijkste noden lenigen en tot in de haarvaten van de samenleving komen. Zij kennen de mensen, weten wie het meest kwetsbaar is. Internationale hulporganisaties vinden het lastig om met al die kleine initiatieven te werken. De transparantie-eisen, de rapportagedruk, de controlemechanismes zijn even zwaar voor een bijdrage van 50.000 euro als voor tonnen die bijvoorbeeld naar de hulporganisaties van de VN gaan. Vaak zelfs zwaarder. De angst dat een deel van het hulpgeld verkeerd terechtkomt is zo groot, dat de voorkeur gegeven wordt aan de grote logge internationale organisaties en de kleine, bijzonder effectieve lokale initiatieven nauwelijks geld krijgen. Wij doen ons best te helpen maar ook onze mensen kreunen onder de bureaucratische last van de vele kleine bijdragen.     

Boer Kees die we enkele dagen geleden bezochten, stuurt me een filmpje van de twee vrouwelijke vrijwilligers die we bij hem ontmoetten. We lunchten samen, uren voordat zij nog diezelfde nacht hulp gingen brengen naar de frontlinie. Ik zet het filmpje argeloos aan. Een aaneenschakeling van vuurballen, doffe klappen en geweersalvo’s. De vrouwen filmden de gevechten aan het front. Ik vraag direct aan ons Oekraïne team contact op te nemen met de Nederlandse boer. Kunnen we helpen, met een training, kogelwerende spullen of satellietapparatuur om deze ongelofelijk dappere dames die doen wat geen van ons durft, een klein beetje bescherming te bieden?