02-07-2021

Tineke Ceelen: "Daarom moeten we helpen, voorzichtig en met beleid, ook daar waar het gevaarlijk is."

You’re on your own’, benadrukte een Georgische militair toen we de laatste blokkade passeerden. Politiewagens met zwaailichten stonden dwars over de snelweg, machinegeweren zichtbaar op de achterbanken. Een kilometer verderop was het akelig, beklemmend stil. Geen verkeer, geen mensen, af en toe een verdwaalde geit of hond. De dorpen die we passeerden waren verlaten.


In het Engelstalige deel van Kameroen voelde ik diezelfde beklemming. We waren de enige auto. Kilometerslang kwamen we niemand tegen. Huizen platgebrand en kapotgeschoten.  We wisten dat we de gewapende groepen beter niet tegen konden komen. In een van de dorpen waar de complete bevolking was weggevlucht, vonden we een oude man met een peuter aan de hand. De ouders van het kind waren zonder pardon doodgeschoten en begraven langs de kant van de weg. De oude man wees naar een plek waar de aarde was omgewoeld.


In de Centraal Afrikaanse Republiek was de frontlinie zo mogelijk nóg beangstigender. In het stadje Bambari, bij over de weg gegooide bomen, hielden jonge jongens met kapmessen en in elkaar geknutseld wapentuig de wacht. Hun pruiken, amuletten en bloeddoorlopen ogen achtervolgden me nog lang in mijn slaap. Hun tegenstanders controleerden het centrale plein in Bambari. Indrukwekkend formaat geweren, met lange slingers kogels, stonden op driepootjes opgesteld langs de kant van de weg, de lopen op ons gericht. Toen wij over de rotonde reden maakten de boomlange, goed georganiseerde milities snijgebaren over hun keel. Ik geef het toe, ik was doodsbang.


Drie frontlinies. Ik bezocht er in de loop van de jaren vele meer. Altijd kwam het punt waarop ik mezelf afvroeg wat ik in hemelsnaam daar deed, op dat moment, in die gevaarlijke, verstikkende stilte.


Achter, naast en zelfs pal óp de frontlinie proberen mannen, vrouwen en kinderen, wanhopig op de vlucht voor al het geweld, het vege lijf te redden. Overgeleverd aan de grillen van de strijdende partijen, met niets dan de kleren die ze aan hadden op het moment van hun vlucht, en een hoofd vol gruwelijke herinneringen.


De prachtige, hoogzwangere vrouw, ik vergeet haar nooit meer. Ze huilde stil, tranen stroomden over haar wangen, haar verdriet sneed door je ziel. Haar dorp, op een kilometer of 10 van Bambari waar ze met man en kinderen woonde, werd ‘s nachts aangevallen. De tot de tanden bewapende milities vermoordden wie ze te pakken kregen. De vrouw was de enige overlevende van het gezin. Toen ik haar sprak woonde ze in een enclave in Bambari, omsingeld door haar vijand. Er was nauwelijks voedsel, geen kleding en geen medische zorg. De vrouw stond op het punt moederziel alleen te bevallen.


Daarom moeten we helpen, voorzichtig en met beleid, ook daar waar het gevaarlijk is. Helpt u mee?


Tineke Ceelen
Directeur Stichting Vluchteling