18-03-2019 | Bescherming | Syrië

Reisverslag dag 1: Tineke Ceelen in Al Hol, Syrië

Afgelopen weekend was directeur van Stichting Vluchteling Tineke Ceelen op bezoek in het vluchtelingenkamp Al Hol in het noordoosten van Syrië. Het kamp is in korte tijd gegroeid naar 70.000 vluchtelingen en ontheemden, waarvan 50.000 sinds december binnenstroomden. 60% kinderen, 30% vrouwen en 10% mannen. Lees hier wat zij daar aantrof.
Syrië, Amuda, zaterdag 16 maart 2019

Begin december telde vluchtelingenkamp Al Hol, in Syrië, niet ver van de grens met Irak, zo’n 20.000 vluchtelingen uit Irak en Syrië zelf. Nu, half maart, telt het troosteloze oord 70.000 zielen, vooral vrouwen en kinderen.
Ooit zwaaide de extremisten van de Islamitische Staat de scepter in Al Hol. Een ondergrondse gevangenis voor afvalligen of ongelovigen, bij de ingang naar het dorp is hiervan een stille getuige. Maar nu zijn de rollen omgedraaid. In kamp Al Hol, in een apart en zwaar bewaakt deel genaamd ‘de annex’, zitten de families van buitenlandse strijders opgesloten achter hekken en rollen prikkeldraad. Onder hen bevinden zich verschillende Nederlanders met hun kinderen. En ook de overige 63.500 ontheemden en vluchtelingen in het kamp worden in de gaten gehouden. Velen steunden IS, toen, en nu nog steeds.

Onze collega’s schreven beklemmende berichten over het gebrek aan voorzieningen in het kamp. Er is een tekort aan honderden tenten. Er zijn onnoemelijk veel gewonden en zieken, en er is nauwelijks medische hulp. Kinderen zijn zwaar getraumatiseerd, hebben nachtmerries, plassen weer in hun broek en doen onthoofdingen na. De verliezer van een spelletje kan rekenen op een spelexecutie met mes of machinegeweer. En dan is er de ondervoeding. Kleine babies zijn veel te klein, grotere kinderen broodmager.

Deze nieuwe ontheemden komen uit Baghuz, de laatste flard land van de Islamitische Staat. Er wordt hard gevochten om het stadje dat, zo weten we ondertussen, door een ontzagwekkend stelsel ondertunneld is. Misschien is dat ook de verklaring voor de ongelofelijke aantallen burgers die tevoorschijn komen. Misschien zijn ze door de tunnels binnen gekomen. En ook nu, nadat al diverse keren geconcludeerd is dat alle burgers Baghuz verlaten hebben, komen nog honderden vrouwen en kinderen tevoorschijn, nu vooral de meest conservatieve IS-aanhangers die niet op wilden geven, en de gewonden. Kinderen, soms nog hele kleintjes, die ledematen missen, met oude en nieuwe schotwonden of verbrand door de fosfor die wordt gebruikt om de stad te heroveren op IS. De blik in de ogen van de kinderen, in totale, diepe shock, is er een om nooit meer te vergeten. Ouders die hun kinderen willens en wetens door Syrië heen sleepten, tot uiteindelijk naar deze plek waar de laatste strijd gestreden wordt, hebben heel wat op hun geweten.

Volgens het humanitair recht heeft iedereen, wie hij ook is en wat ie ook denkt, recht op levensreddende hulp. Op kantoor zijn we het daar niet 1-2-3 over eens. We smijten nog net geen kantoormeubilair naar elkaar tijdens felle discussies hierover. Inmiddels stierven 108 jonge kinderen, sinds 15 maart, direct na aankomst in Al Hol aan de ontberingen van Baghuz, de kou en regen en de reis naar het kamp. Die kinderen hebben niemand iets misdaan, die kinderen mogen niet de rekening gepresenteerd krijgen voor de keuzes van hun ouders. Daarom helpen we in Al Hol, al gaat het zeker niet van harte.