Reisverslag Libanon: “We overleven van dag tot dag”

In Libanon is het voor vele mensen moeilijk om te overleven. De economische crisis, torenhoge werkloosheid, extreme armoede, corona, de allesverwoestende explosie in de hoofdstad Beiroet en een groot gebrek aan basisvoorzieningen maken elke dag moeilijker dan de vorige. Deze week ging Tineke Ceelen, directeur Stichting Vluchteling, op werkbezoek in het land, waar ze mensen op de vlucht en Libanezen sprak over de situatie.

Vrouw in ziekenhuis in Libanon

Beiroet, 21 september 2021

Jinan

“Bij ons is nog nooit iemand komen kijken”, zegt de 42-jarige Jinan terwijl ze aan mijn mouw trekt en naar verderop in de straat wijst. “Het is vlakbij, kom alsjeblieft mee naar mijn huis”, vraagt ze smekend. Jinan draagt een zwarte hijab, aan haar hand huppelt een klein meisje. Niet ver blijkt toch best een eindje lopen te zijn maar uiteindelijk komen we aan bij het appartement waar Jinan met haar echtgenoot en vier kinderen woont. Het is donker binnen, elektriciteit is er niet en het stinkt naar urine. De inventaris bestaat uit versleten rommel, vieze matrassen, doorgezakte stoelen en kleding op spijkers aan de muur. Ik doe mijn best niet te laten zien dat ik griezel van het idee hier te moeten leven.

De familie is drie jaar geleden uit Aleppo, Syrië gekomen, op de vlucht voor het oorlogsgeweld. In het begin was er nog wel wat werk maar pasgeleden heeft Jinan haar schoonmaakwerk op moeten geven. Het geld dat zij verdiende is door de economische crisis niets meer waard.

Jinan heeft vijf maanden huurachterstand. De huisbaas heeft het gezin net laten weten dat hij hen binnenkort op straat gaat zetten. Geld is er niet. Niet om de huur van 30 dollar per maand te betalen dus, niet om de kinderen naar school te sturen en niet om te eten. Als Jinan mij een foto van haar zieke zoon wil laten zien, tovert ze die uit een verder totaal lege portemonnee.

Jinan en gezin zijn in gezelschap van velen. Libanon kreeg te maken met crisis op crisis op crisis. Corona, de ontploffing in de haven van Beiroet en de economische ineenstorting die het leven elke dag net weer moeilijker maakt dan de vorige. Meer dan de helft van de Libanese gezinnen leeft inmiddels in ernstige armoede en van de Syrische vluchtelingen is dat zelfs meer dan 85%. Huisuitzettingen zijn aan de orde van de dag, steeds meer gezinnen kunnen de huur niet langer betalen.

Jospeh

Joseph, een 58-jarige slijter vertelt dat hij de afgelopen jaren letterlijk alles kwijtraakte. De explosie verwoestte zijn winkel en auto. Door corona is de verkoop in de (met geleend geld weer opgebouwde) slijterij nauwelijks voldoende om het hoofd boven water te houden. Tot overmaat van ramp is door de financiële crisis het spaargeld van de vroegere middenklasse familie die het goed voor elkaar had, niets meer waard. “We leven van dag tot dag mevrouw”, verzucht Joseph, om direct zichzelf te corrigeren: “We overleven van dag tot dag”.

Beiroet, 22 september 2021

Geen benzine

“Een paar dagen geleden was het hele ziekenhuis in grote paniek”. De directeur van het openbare ziekenhuis vlakbij de haven van Beiroet, vertelt over de gevolgen van de economische crisis in het land. Er is nauwelijks brandstof te vinden. De rijen wachtende auto’s voor de tankstations blokkeren hele wijken. Het lange wachten en de onzekerheid doen de gemoederen hoog oplopen. Bij elke benzinepomp die we passeren horen we mensen ruzie maken. Kortgeleden werd iemand zelfs zo kwaad dat ie naar huis ging en terugkwam met een heuse raketwerper.

Geen benzine voor auto’s dus, waardoor het aanmerkelijk rustiger is op straat dan ik van andere bezoeken aan de Libanese hoofdstad gewend ben. Maar ook geen brandstof voor generatoren, terwijl er slechts een paar uur per dag elektriciteit in de stad is. Voor een ziekenhuis kan dat echt niet. Op de couveusekamer worden 20 te vroeg geboren baby’s beademend, dat kan niet zonder werkende generator.

Geen medicijnen en dokters

En daar stopt de ellende niet. Ook de apotheken hebben lege schappen. Er is nauwelijks insuline voor de diabetespatiënten, bloeddrukverlagende middelen zijn ook vrijwel niet te krijgen, net als de doodsimpele paracetamol. “En de pil”, voegt een Nederlandse journaliste toe, “die is er ook al maanden niet meer”.

Tel daarbij op dat de salarissen nog 10% van hun oorspronkelijke waarde hebben. De ziekenhuisdirecteur vertelt dat 3 op de 10 verpleegkundigen en een kwart van alle artsen, naar het buitenland vertrokken is. Libanon ziet zich geconfronteerd met een ware braindrain. Hoogopgeleide krachten keren hun land de rug toe, net als diegenen met een dubbel paspoort, of zij met geld op buitenlandse rekeningen. Ook de Libanezen zonder geld of relaties broeden op manieren om te vertrekken.

Het contrast met de fris geschilderde gebouwen in het hele havengebied is enorm. Overal staan gebouwen in de steigers maken hulporganisaties huizen weer bewoonbaar. Architectonisch interessante bouwwerken worden met hulp van Unesco weer opgelapt.

De koffer vol doosjes paracetamol, diarreeremmers en vitaminepillen die wij meebrachten, hoeven we in elk geval niet naar het ziekenhuis te brengen. “We krijgen dozenvol aangeleverd vanuit allerlei landen”, zegt de arts zonder zijn irritatie te verbergen, “de medicijnen die we nodig hebben om levens te redden zitten er nooit tussen”.


Tineke Ceelen

Directeur Stichting Vluchteling


Stichting Vluchteling
English
sluit