23-05-2018

Verhalen uit Venezuela: meegebrachte kleding verkopen voor eten en een bed

Directeur Tineke Ceelen is momenteel in Cúcuta, Colombia. De stad ligt op de grens van Venezuela en Colombia. Inmiddels zijn er minstens 600.000, maar meer waarschijnlijk 800.000 Venezolanen neergestreken in Colombia. In eigen land hebben ze geen toegang meer tot gezondheidszorg en is eten een schaarste.

Padre Francesco morrelt vinnig aan het slot van de voordeur van wat een opvangcentrum voor totaal berooide Venezolanen geworden is. Binnen worden 120 mensen opgevangen. Gezinnen, of alleengaande vrouwen of kinderen. ‘Geen mannen alleen’, benadrukt de pater, ‘die geven teveel problemen’. Buiten, voor de poorten hangt een grote groep mensen rond, voor hen is binnen geen plaats. Mijn oog valt op een man met één been.

‘Elke dag komen er méér’, zegt de van oorsprong Italiaanse pater strijdlustig, ‘deze mensen zijn wanhopig. We móeten helpen.’ De Venezolanen die het geluk hebben dat ze hulp krijgen van Padre Francesco, mogen hier maximaal drie dagen blijven. Daarna moet een andere oplossing gevonden zijn.

Kleding verkopen
We spreken de 39-jarige Milagros die met man en 2 kinderen op weg was naar vrienden in Peru. Thuis in Venezuela konden ze het hoofd niet meer boven water houden. Het salaris dat ze verdienden was door de duizelingwekkende hyperinflatie niets meer waard, net als hun spaargeld. Milagros verkocht alles wat het gezin aan bezittingen had. De bedoeling was om met het geld het vervoer van het gezin naar Peru te betalen. Maar aan de grens dreigde Milagros 14-jarige dochter niet mee te mogen naar Colombia omdat ze geen paspoort had. Wat overbleef aan geld nadat dochters paspoort geregeld was, was door de almaar dieper wegzakkende waarde van de Venezolaanse munt, de Bolivar, nog louter wat kleingeld. En dus strandde het keurige vriendelijke gezinnetje op straat in Cúcuta.
Milagros huilt, als ze vertelt hoe ze een voor een meegebrachte kledingstukken verkocht om te kunnen eten en een bed te kunnen betalen. En toen ging ook dat laatste geld op. Tienduizenden Venezolanen zoeken werk in de stad, de concurrentie is enorm, en de mogelijkheden schaars. Milagros kwam letterlijk op straat terecht. Tot ze hulp kregen van Padre Francesco.

Het jonge gezin laat ons de matrassen zien die ze hier mogen gebruiken, en de kleine tasjes met kleding die ze nog hebben. Ik vraag hoe het nu verder moet. Milagros huilt weer, haar dochter klemt zich bang vast aan haar moeders middel. Morgen is hun derde dag, en moeten ze weg uit Padre Francescos centrum, het gezin heeft geen idee waarheen.