06-08-2017 | Laatste update: 08-08-2017 | Irak

Tunnels, bomgordels en echte helden.  

Directeur Tineke Ceelen was de afgelopen dagen in Irak samen met Ab Klink, voorzitter van de Raad van Toezicht van Stichting Vluchteling. Ze bezochten door Stichting Vluchteling gefinancierde projecten. Tineke Ceelen doet verslag:

De auto's van de bomexperts van de Mines Advisory Group alleen al zijn imposant, met  het alarmerende doodshoofd in hun logo op de portieren, luid duidelijk makend wie hier aankomen. Achterin de auto's liggen de, voor een leek merkwaardige, werktuigen van deze mijnenruimers. Metaaldetectoren, gedemonteerde bommen, ontstekingsmechanismes en allerlei soorten explosieven. In elke auto rijdt een met machinegeweer bewapende bewaker mee, je zou niet willen dat de inhoud van de kofferbak in verkeerde handen valt.  

We rijden in konvooi naar een dorp waar verdachte spullen gevonden zijn in een huis waar net vandaag een gezin met jonge kinderen terugkeerde na lange tijd in een vluchtelingenkamp. 'We gaan altijd even kijken na zo'n melding', vertelt een Iraakse expert, een oude rot in het vak. 'In meer dan 70% van dit soort meldingen vinden we levensgevaarlijke spullen', voegt hij zuchtend toe. 'We weten vaak niet meer waar we moeten beginnen, wie krijgt prioriteit? De school waar we chemische wapens vonden, of het huis van dit gezin, of die landmijnen die bijna óp de weg liggen in een dorp waar honderden gezinnen terugkomen.' 

Ik rijd met Julius mee, een voormalige bommenruimer uit het Zuid-Afrikaanse leger. We zijn de laatste auto. Julius wijst naar rechts, 'hier hebben we net een heel ondergronds gangenstelsel geïnspecteerd. Je hebt vast al zoiets gezien', mompelt hij achteloos. Ik veer overeind. 'Je bedoelt de beruchte tunnels van IS?'. Dat bedoelde Julius inderdaad. Hij laat de auto stoppen, we draaien om en rijden terug. Er is níemand in het dorp, helemaal niemand. Alleen Julius, onze bewaker en ik. Spookachtig. Julius wijst het hoofdkwartier van IS in het dorp aan. Pas als ik op de veranda stap zie ik wat er aan de hand is. Het terras, achter muren van zandzakken, liggen bergen aarde. Julius wijst naar binnen en ook daar, hoog tegen de ramen, tot bijna aan het plafond ligt grond. De aarde uit de tunnels is van beneden naar boven verplaatst. Om er zeker van te zijn dat je van buitenaf niet kunt zien wat er binnen begint, de tunnels, is de aarde binnen gehouden, aan het zicht onttrokken.  

Bij het licht van onze telefoons klauteren we de trap af, de stoffige, bedompte tunnels in. We kunnen ook met onze respectabele lengte gewoon rechtop lopen, passeren slaapkamers nog vol rommel van IS-manschappen. Kleren, een computer, schoenen, een zelfmoordvest. In de 'keuken' staan nog borden eten, ik ruik de uien. Hoe graag ik ook even door de spullen wil snuffelen, dat staat Julius niet toe. 'Daarvoor hebben we niet goed genoeg gecheckt op tripwires', dunne nylon draden die je niet ziet maar waarmee je hun bommen af kunt doen gaan. 

Ik val van de ene verbazing in de andere verbijstering. Het tunnelstelsel verbindt de huizen in het dorp, en ook dit dorp met het volgende. Het moet een hels karwei geweest zijn deze gangen te graven. 'Allemaal slavenwerk', zegt Julius terwijl we weer naar boven klimmen. 

Stiekem was ik toch bang dat er nog een IS strijder achtergebleven is daar beneden, dood of levend. 

Ik ben blij weer boven te zijn, de gangen zijn beklemmend. Stiekem was ik toch bang dat er nog een IS strijder achtergebleven is daar beneden, dood of levend. Opgelucht stap ik in de auto, waar Julius ineens een uit de kluiten gewassen geldgordel tevoorschijn tovert. 'Kijk, dit is ook van IS, die heb ik net in het vorige dorp onklaar gemaakt'. Een bomgordel, om zelfmoord mee te plegen, of om iemand mee de menigte in te sturen en met een telefoon, van afstand, tot ontploffing te brengen. Vooral vrouwen en kinderen. 


Later hou ik het ding heel even vast. Wat een leven, wat een donkerte. En wat een held, deze jonge Zuid-Afrikaanse vader Julius. 

Help jij mee?

Nu Mosul niet meer in handen is van IS willen de burgers zo snel mogelijk weer naar huis. Maar de stad ligt in puin. Overal liggen mijnen, gifgasgranaten en booby traps en ze hebben dringend hulp nodig. Stichting Vluchteling helpt, bijvoorbeeld met de inzet van ontmijningsspecialisten die explosieven ruimen. Jij kan helpen. Want voor 31 euro kunnen wij al een ontmijningsspecialist inzetten om explosieven rondom Mosul onschadelijk te maken. Help jij mee?