13-01-2015

"We won the cosmic jackpot"

Tineke Ceelen leeft voor haar werk. Als directeur en boegbeeld van Stichting Vluchteling - nu tien jaar - laat ze geen gelegenheid onbenut om het leed in vluchtelingenkampen en andere humanitaire rampen onder de aandacht te brengen. Vanuit Irak: "Beste mensen, #Syrië, vergeet de miljoenen burgers in nood alstublieft niet #giro999".

Tineke van de Dollars

Zo sta je op een borrel (Amsterdam, geëngageerd reclamebureau, nacho's met humusdip), zo praat je met Wouke van Scherrenburg ('Kom, ik stel je even voor aan Tineke') en zo zoef je in klein konvooi over de dorre landwegen van Irak 'Koerdisch-Irak', verbetert Tineke Ceelen. 'Dat is echt andere koek dan de rest van Irak. Koerdisch-Irak heeft een zekere mate van zelfbestuur, een hele hoop olie en is veel veiliger dan de rest van het land. Kijk om je heen, het ene na het andere winkelcentrum schiet hier uit de grond.' Het is waar, we zien het als we vanuit hoofdstad Erbil richting Duhok rijden, de laatste stad voor de grens met Syrië, een stad met 500 duizend inwoners, en een stad met toekomst, kennelijk Maar daar gaan wij niet naartoe.Wij, Ceelen, haar medewerker Laurens en de chauffeur van het lokale International Rescue Committee, jakkeren door naar de Syrische grens, waar 55 duizend Syrische vluchtelingen - 'Koerdisch-Syrische vluchtelingen ' - onderdak hebben gevonden in vluchtelingenkamp Domiz. 'Zetje maar schrap', zeggen de mensen thuis als ik ze vertel van mijn reis. 'Het zal je leven veranderen.' 

Zou het? Sinds het begin van de oorlog in Syrië, nu ruim tweeënhalf jaar geleden, is geen Nederlander verstoken gebleven van informatie. Beelden van vluchtende mensen, kapotgeschoten gebouwen, dwaze leiders, schietende gekken, huilende kinderen, magere snoeten, klamme tenten en doffe ogen - we hebben ze allemaal gezien en we vonden het allemaal zielig. Maar lagen we er wakker van, echt wakker van?

De vraag stellen is 'm beantwoorden. 'Het is verdomd moeilijk om de handen op elkaar te krijgen voor Syrië', verzucht Ceelen 's ochtends al op Schiphol. 'De oorlog duurt al zo lang, het is compleet onduidelijk wie nou precies tegen wie vecht en dan zijn het nog moslims ook, daar moeten we sowieso al niet veel van hebben. En voor je het weet wordt alle aandacht ook nog eens gekaapt door een natuurramp, zoals onlangs met de Filipijnen, want die zijn veel mediagenieker. 'Ik ben toch een beetje een sjacheraar. Soms denk ik: ik had tweedehands autoverkoper moeten worden'. Dan is tenminste duidelijk wie de good cop en wie de bad cop is. Bad cop storm, good cop Filipino's.'

Jawel, tuurlijk, op televisie gaat het regelmatig over Syrie. 'Maar dan gaat het over de conflicten,  jihadstrijders, gifgasaanvallen. Nooit over de humanitaire gevolgen. Daarvoor moet het eerst winter worden, als de mensen tot hun oksels in de sneeuw zitten. Dan snappen we het pas in Nederland.'

Dag 1

Dankzij Ceelens mobiele eenheid - iPhone, iPad, lader en reservebatterij - is Nederland nooit ver weg, zelfs niet in dit dorre Iraakse landschap. Vanmorgen liet ze een cadeautje achter op de keukentafel voor haar dochter Agnes (14), die toen nog lag te slapen. 'Dat werkt verslavend joh, da's ongelooflijk' Toen we na een kleine vijf uur kranten lezen en vele potjes Candy Crush op haar mobiel landden kreeg ze een sms'je: 'Wat lief, dank je wel ' En daarna: 'Ik hou van jou, hartje.' Ceelen: 'En het was alleen maar een jojo. Die is blij met niks, als ze een beetje kan fröbelen is het goed.' Agnes is de dochter van een Tibetaan met wie Ceelen een verhouding had toen ze op haar 34ste aan het werk ging voor het Rode Kruis in Tibet. Toen Agnes een paar maanden oud was verliet Ceelen het land voor Kameroen, de relatie was toen reeds voorbij. 'Het is nooit een vraag geweest of hij mee zou gaan naar Kameroen, of dat ik in Tibet zou blijven. Hij wist dat ik dat niet zou doen. Dat wij uit elkaar gingen, was ook helemaal geen drama.'

Ook over de rest doet ze laconiek. Was ze verliefd op hem? 'Mwoh.' Was hij verliefd op haar? 'Geen idee. Tibetanen zijn heel gesloten, die laten dat soort dingen niet merken.' En over het feit dat hij inmiddels uit beeld is: 'Als het moet, zou ik hem kunnen vinden, maar Agnes heeft daaraan geen behoefte. Als ze vragen heeft, kan ze een eerlijk antwoord krijgen, maar tot nu toe is ze snel tevreden: de gesprekken zijn nooit langer dan drie zinnen.'

Omdat van een nieuwe liefde geen sprake is - 'Ha Ik zou niet weten waar ik de tijd vandaan zou moeten halen' - past zus Dorine op Agnes als moeders op reis is, toch al snel zon zestig dagen per jaar. En als dat niet lukt, huurt Ceelen een oppas in, 'dat is rustiger voor alle partijen.' Zo gaat het al jaren en zo gaat het goed - Agnes mekkert nooit. 'Terwijl ze best wat te mekkeren heeft. Ik herinner me dat ik naar haar derde afzwemmen ging, haar A- en B-diploma had ze al. Kom ik daar aan, zie ik opeens allemaal vaders en moeders en opa's en oma's met vlaggetjes, cadeautjes en toestanden! O, dacht ik, ik heb zeker wat gemist. Nou ja, mijn ouders kwamen vroeger ook niet kijken, hoor.'

Vluchtelingenkamp Domiz in Irak

De lucht is strakblauw en de zon schijnt een aangename 20 graden als we komen aanrijden bij Domiz.  Na het plichtmatige theedrinken in het kantoortje van de UNHCR deputy director 

- 'Thank you for the tea, sir.' Thank you Miss Ceelen for your dollars' - lopen we begeleid door een tolk het kamp in. Voor ons doemen witte tenten op, rij aan rij, zo ver het oog rijkt en gescheiden door stoffige wegen. 'Dat wordt straks dus een drama zegt Ceelen hoofdschuddend. 'Er is hier nauwelijks riolering. Als het gaat regenen, wordt dit een grote modderpoel. Moet je je voorstellen dat jij met je kind en zieke  vader op de Mookerhei zit. Dat overleef je niet eens.' Domiz werd in februari 2012 gebouwd voor vijfduizend mensen, in augustus zaten er twintigduizend, en inmiddels wonen er 55 duizend mensen, 55 duizend van de meer dan twee miljoen gevluchte Syriërs die hun hele hebben en houden  achterlieten om aan de terreur van de oorlog te ontkomen. 'De armoedeval van deze mensen is enorm', zegt Ceelen. In Afrika heb je ook vluchtelingenkampen, maar die mensen moesten soms sowieso al kilometers lopen voor een beetje water. Syrië is of was een tweede wereldland. Deze vluchtelingen woonden in een huis, hadden een baan, een auto, een televisie. Hier wonen ze ineens in een tent van drie bij vier.' Van die tweede wereld is weinig over in dit kamp, al is aan bedrijvigheid aan de 'main road' geen gebrek zoals in elk vluchtelingenkamp is ook hier een 'winkelstraat' ontstaan waar mensen terecht kunnen voor telefoons, kebab, kleding, knipbeurten en zelfs bruidskleding. Ceelen, wijzend op het handeltje van een oude man: 'De veerkracht van mensen is ongelooflijk. Zodra ze ergens neerstrijken, proberen ze de boel weer op te bouwen. In Afrikaanse vluchtelingenkampen zie je mannen in smetteloos witte overhemden. Hoe ze het doen, God mag het weten, maar ze zien er vaak fraaier uit dan ik in mijn kreukelshirt vol zweetplekken.' 

Minder downtown wordt het groezeliger, met tenten die hutjemutje tegen elkaar aan staan, nauwelijks sanitaire voorzieningen - een latrine op zes families, een gat in de grond voor 25 man dus - en gaten en greppels in de grond waarover een volwassen vent zijn nek breekt. Ceelen, wijzend op zon gat: 'Vorige winter zijn hier twee kinderen in verdronken. En dan nog is dit een vijfsterrenkamp. Moet je net over de grens in Syrie kijken, daar liep de stront dwars door de kampen toen ik daar een paar maanden geleden was.' Even later passeren we een tent waarvoor een piepjonge tweeling zit. Ze hebben gebreide jurkjes en plastic laarsjes aan. 'Ooo', roept Ceelen, en slaat haar hand voor de mond. 'Kijk nou, wat een plaatjes.' De tweeling blijkt anderhalf jaar oud te zijn, ze heten Nasreen en Sheerin. Ceelen maakt een foto, later twittert ze aan 5.834 volgers: 'Beste mensen, Syrië, vergeet de miljoenen burgers in nood alstublieft niet. giro999.' En weer later: 'Deze Syrische dames feliciteren de Filipijnen met hun 1 miljard hulp. Zouden zelf ook graag wat eten. giro999.'  

Daarna, tegen ons: 'En weer tien volgers weg. Sommige mensen kunnen niet tegen de werkelijkheid.' 

Diner in 'luxury hotel' Canyon, Erbil 

Het is stil in het restaurant. Qua gasten dan - uit de speakers klinkt Julio Iglesias, en hard ook. 'Wedden dat ze die speciaal voor ons hebben opgezet?' zegt Ceelen terwijl ze de ober wenkt en een fles Merlot bestelt. 'En doe ook maar wat van die geplette erwten, das wel lekker toch?' Ze wijst op de humus. Dan: 'Ik had net een collega van je over de mail, of die ook meekon naar het kamp. Ik heb gezegd dat ik al met jou ben.' En na een slok: 'De media en ik hebben een goed huwelijk, dat is altijd zo geweest. Ik ben toch een beetje een sjacheraar. Soms denk ik ik had tweedehandsautoverkoper moeten worden, was ik tenminste rijk geweest.'

Ceelen groeide op in een katholiek gezin in Maren-Kessel, een klein kerkdorp in de provincie Noord-Brabant waar 'iedereen wist wie iedereen was' en de wereld 'godzijdank' nog een beetje binnenkwam via de donateursblaadjes van buitenlandse kloosterordes die vader Ceelen steunde. Het waren die beelden die het zaadje plantten van Ceelens fascinatie voor andere culturen, en wat volgde was een jaartje Tante Betty en Ome Jan in Canada, een studie culturele antropologie in Utrecht, en uiteindelijk hulpverleningsposten in Tibet en Kameroen en reizen naar de brandhaarden van de wereld, van Somalië tot Tsjaad en van Pakistan tot Kirgizië. 'Het is afschuwelijk wat mensen elkaar kunnen aandoen. Kindsoldaten die gedrogeerd en al hele dorpen verkrachten, complete generaties die aan aids sterven, overvallen, corruptie, intimidatie... Je zou er moedeloos van worden.' 

In een poging die enorme hoeveelheid leed voor het voetlicht te brengen, staat een lange rij BN'ers klaar die zich graag opwerpen als ambassadeur.

Helaas is de geloofwaardigheid bij de meesten ver te zoeken, vindt Ceelen: 'Daarom hebben wij ook geen officiële ambassadeurs. Als zon BN'er zich er echt in verdiept, kan het goed werken - je kijkt toch liever naar Eric Corton dan naar Ceelen - maar bij de meesten twijfel je nu eenmaal aan de motivatie. Bij Corton niet hoor, hij is oprecht betrokken. Soms zelfs een tikkie te. In een interview las ik dat hij nog altijd bevriend is met de mensen die hij tijdens een reis heeft ontmoet. Nou, dat is mij in al die jaren nog nooit gelukt, daarvoor is de verhouding gewoon te ongelijk. Als ze mij bellen vanuit Kameroen is het wachten tot het woord geld valt.

'En Serious Request, dat hadden ze beter Syrisch Request kunnen noemen. 'Het is natuurlijk geweldig dat ze bijna 13 miljoen hebben opgehaald tegen wereldwijde diarree, maar de crisis in Syrië is veel acuter. En het Rode Kruis is nou juist een organisatie die zich inzet voor noodhulp in Syrië. Maar goed, als ze het alleen op Syrië hadden gegooid hadden ze die 13 miljoen natuurlijk weer nooit binnengehaald. Oorlog is nu eenmaal niet sexy.'

Dag 2, ontbijt met aanmaakkoffie

Op dag twee staat er veel op het programma: een bezoek aan het hoofdkantoor van de partner van Stichting Vluchteling, IRC - 'Even kijken of ze wat nuttigs hebben gedaan met onze euro's' - een bezoek aan vluchtelingenkamp Kawergosk - 'Das een kleintje vergeleken bij gister' - en dan moeten er ook nog verslagen worden geschreven, want de achterban geeft z'n goeie geld niet zomaar weg. Ceelen: 'Hoe vaak ik op Twitter niet te horen krijg: leuk he, op kosten van donateurs pretreisjes maken Die mensen hebben echt geen idee.

Sowieso is het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking de laatste jaren flink afgenomen. In de jaren zeventig was je een held op feestjes, nu zitje steeds vaker in het beklaagdenbankje.' Grootste steen des aanstoots: Ceelens salaris. 'Er wordt mij vaak gevraagd wat ik verdien, en dat is zelden een zuiver informatieve vraag. Het is altijd een vraag die uit is op ruzie. En ja, wij bestaan van private donaties, dan moetje openheid van zaken geven en salarissen betalen die schappelijk zijn. Maar de toon waarop ik continu ter verantwoording wordt geroepen, is ronduit vernederend. Alsof je steeds moet verdedigen wat je waard bent.' Vijf minuten later neemt ze de broodrooster onder haar arm en loopt ze ermee naar de conciërge. 'It doesn't work', legt ze uit. 'No electricity'. Eenmaal aan tafel, nadat ze het mes van een andere tafel heeft weggepakt: 'Ik ben heel brutaal geworden door de jaren heen. Je moet wel, anders krijg je niks voor elkaar.' Ze haalt een pot Gold Aroma koffiekorrels uit haar tas. 'Ook zoiets: nergens ter wereld is een kop knappe koffie te krijgen.' 

Ceelen was al vroeg op, om zeven uur deed ze een telefonisch interview met BNR Nieuwsradio. Normaal prima, nu baalt ze: er zat er een kikker in haar keel. 'Hebben jullie het gehoord? Nee? Shit, volgens mij kwam ik heel onzeker over.' Met een blik op haar 'Ik ben heel brutaal geworden door de jaren heen. Je moet wel, anders krijg je niks voor elkaar' iPhone: 'Ik heb er wel weer twittervolgers bij, gek is dat.' En dan was dit nog slechts radio. Sinds er tien jaar geleden diabetes bij Ceelen werd geconstateerd en ze werd aangesloten op een insulinepompje kwam ze 25 kilo aan, een drama. 'Ik kan niet naar mezelf kijken als ik bij Pauw & Witteman ben geweest. Mijn lijf is gewoon mijn lijf niet meer. Ik weet dat ik dat moet accepteren, maar dat lukt niet.'

Vluchtelingenkamp Kawergosk in Irak

'Het kamp waar we vandaag naartoe gaan heet Kawergosk', zegt Ceelen wanneer we de auto in stappen. 'Het is het vluchtelingenkamp dat het meest wordt gecovered in de media. Het ligt dichtbij Erbil, je vliegt 's ochtends in en 's avonds ben je weer weg - of je slaapt een nachtje in het Sheraton, mooi hotel, hoor.' Ze trekt een gezicht. 'Dat is wat Femke Halsema bedoelde met gemakzucht toen ze afgelopen zomer een speech gaf op wereldvluchtelingendag. De hele wereld viel over haar heen, maar het is wel zo: in dit kamp is een hele serie ngo's aan het werk, in de moeilijkere oorden in dit land vind je er heel wat minder.'

Een kwartier later drinken we thee in de tent van Aia (31) en Huseen (37), die met hun drie kleine kinderen uit het Syrische Kameshli zijn gevlucht. Voor de gelegenheid hebben ze de tent helemaal opgeruimd, hun schamele bezittingen - een matras, een deken, een paar pannen - liggen opgetast in de hoek. Er zitten vliegen op. 'Moet je kijken zegt Ceelen. 'Ze hebben nog net niet gestofzuigd.' Wanneer de 1 -jarige Achmed naar haar toe komt gekropen, pakt Ceelen pen en papier uit haar tas. 'Hier, zitten, tekenen. Goed zo, mop.' En tegen ons: 'Kijk, het is nog een Stichting Vluchteling-pen ook. Laurens, maak eens een foto.' Die middag horen we veel verhalen. Over de kapotgeschoten stad die de mensen achterlieten, de familieleden die ze verloren en de economie die compleet op zijn gat lag en voor honger zorgde. We horen verhalen van mannen die zijn achtergebleven om op de bezittingen te passen, we horen van mannen die terug zijn gegaan omdat ze werden bedreigd vanwege hun vlucht - echte mannen blijven, ook in oorlogstijd. En we horen verhalen over hoe dankbaar de mensen zijn dat ze hier kunnen blijven. Dat ze genoeg water en rijst hebben, dat ze veilig zijn, samen zijn. Maar dat ze toch vooral hopen dat ze snel weer terug kunnen, inshallah. 

Die middag horen we ook veel verhalen niet. Over hoe de Irakezen hun Koerdische broeders in eerste instantie welkom heetten omdat ze ooit zelf 'klappertandend van de kou onder een boom zaten na de mosterdgasaanval van Saddam Hoessein. Maar dat die neiging rap afnam naarmate er meer vluchtelingen kwamen. Omdat de prijzen in de dorpen rond het kamp ineens verdrievoudigden.

Omdat vluchtelingen goedkoper zijn dan lokale arbeiders. En omdat de Syrische meiden mooier worden gevonden dan de Iraakse - en in vluchtelingenkampen meisjes sneller door wanhopige ouders worden uitgehuwelijkt dan thuis. Wat je ook niet hoort, zijn de verhalen over ziekten, onzekerheid, verveling, verkrachting, de toename van huiselijk geweld, het racisme - ook in vluchtelingenkampen zijn zigeuners de gebeten hond - het gebrek aan vrijheid, waardigheid, zelfbeschikking. We horen ze niet, maar ze zijn er wel, en wie langer rondloopt hoort ze uiteindelijk allemaal. Ceelen: 'Als we niet ingrijpen gaan hier hele generaties verloren.'


Vliegveld Erbil -  Wenen – Amsterdam 

Ceelen koopt een Icewatch-horloge voor Agnes. 'Wat denk jij dat ze leuk vindt, een rode? Of toch een witte? Die is wat stoerder, hé?' Ze is blij weer naar huis te gaan. Agnes ook. Ceelen, tijdens een laatste kop koffie in de taxfreezone: 'Laatst stuurde ze een sms'je: 'Mama, jij ziet mij wel maar ik jou niet, want iedere keer dat jij thuiskomt, slaap ik al en als ik wakker word ben je alweer weg. Kan je daar iets aan doen?' Haha. Wat ik zou doen als zij wil dat ik voortaan thuis zou blijven? Nou... Dat wordt heel ingewikkeld. Ze komt op de eerste plaats, maar ik doe dit werk graag. Heel graag. Maar dat vraagt ze niet. Ik zei al, het is een heel makkelijk kind.' Als ze straks thuiskomt, slaapt ze waarschijnlijk al en dan duikt Ceelen achter de computer, lekker op de bank, muziek op, wijntje erbij. Zou het op zon moment niet fijn zijn als er een leuke vent op haar zou zitten te wachten? Ceelen: 'Ik moet er niet aan denken, opeens weer zon lummel op de bank. En als ik een klankbord nodig heb, bel ik wel een vriendin. Of iemand van Stichting Vluchteling. En ik heb Agnes toch?'

Ze is ervan overtuigd dat Agnes ook naar het buitenland wil als ze ouder is, want 'een onrustige geest hou je niet lang op een plek' En aangezien haar werk voor Stichting Vluchteling een keer ophoudt, denkt ze al voorzichtig aan een nieuwe toekomst in het buitenland. Een baan in de luwte, niet meer zo achtbanerig. Helemaal uit de business verdwijnen, zal niet lukken. 'Daarvoor vind ik het werk te verrijkend en bovendien heb ik een ander niveau van opwinding dan de gemiddelde werknemer.' Maar een post in een niet al te gevaarlijk buitenland als Agnes 16 is -Thailand, Zuid Afrika, China - zou mooi zijn.

Een baan in de luwte, zonder podium, zonder publiek, zonder Pauw & Witteman aan de lijn en volgers aan haar zijde: zou dat nog kunnen? Zou ze haar status als Tineke Ceelen niet missen? Verbaasd: 'Hoezo? Die had ik voor Stichting Vluchteling toch ook niet?' En dan, fel: 'Luister, dit gaat niet om mij, dit gaat om mensen die het minder hebben dan jij. Het is puur geluk als je wordt geboren in een land waar je overal recht op hebt. Recht op gezondheidszorg, recht op scholing, recht op een uitkering, alles. Een Amerikaanse collega zei het laatst mooi: 'We won the cosmic jackpot'. De meeste mensen wonnen die niet, en dat geeft jou en mij de plicht tot medemenselijkheid.'

Gerelateerde projecten

Geen projecten gevonden