15-07-2011
Artikel Volkskrant, donderdag 14 juli 2011
Kamp in Kenia overspoeld met vluchtelingen door hongercrisis in Somalië
Nog niet te laat voor hulp in 'de hel'
Van onze correspondent
Kees Broere
DADAAB Nog even, en de kinderen van Hoburu Noor krijgen eindelijk iets aan hun voeten. Op een tafeltje, deels nog in plastic verpakt, liggen knalgele slippers. Ook beschikbaar in maatje 25. Voor de
kleintjes dus, zoals een zoontje van Hoburu, dat samen met zijn moeder en zijn broertjes twintig dagen blootsvoets door de woestijn is getrokken.
Vanochtend zijn ze aangekomen in Hagadera, een van de drie vluchtelingenkampen bij Dadaab, in het oosten van Kenia. Het kamp wordt overspoeld door een nieuwe stroom vluchtelingen door de hongersnood in Somalië. Opeens geldt Dadaab voor velen als 'de hel'.
Oorspronkelijk zou Dadaab plaats moeten bieden aan 90 duizend vluchtelingen, maar nu zijn er ruim 380 duizend neergestreken. De kampen zijn het epicentrum geworden van een schokkende crisis, door droogte en voedseltekort, die vijf landen in de Hoorn van Afrika heeft getroffen. Volgens VN-chef Ban Kimoon zullen zonder grootschalige hulp elf miljoen vee-nomaden in het gebied in grote problemen komen.
Het nu vaderloze gezin Noor is komen lopen uit Baidoa, een van die vele plaatsen in Somalië waar de combinatie van burgeroorlog en verwoestende droogte voor steeds meer inwoners ondraaglijk is geworden.
Het jongste kind hangt bij moeder Hoburu aan de borst. De 40-jarige vrouw schikt haar gescheurde rode hoofddoek en vertelt hoe zij tijdens de barre tocht naar Kenia beroofd werd van 'het kleine beetje voedsel dat we bij ons hadden.' Bij twee van haar kinderen begint het kroeshaar een 'blonde' tint te krijgen, een teken dat zij inderdaad te weinig gezonde voedingsstoffen innemen.
Aan haar thuisland Somalië wil zij even niet meer denken. 'Ik wil er wel terugkomen, maar pas als er echt vrede is. En dat zie ik niet snel gebeuren.' Daarom zoekt zij een plaats in het overvolle Dadaab. 'Hopelijk geven ze ons hier wat te eten en vinden we onderdak. Als mijn kinderen nu maar in veiligheid kunnen leven.'
De leden van het gezin Noor zullen eerst enkel een polsbandje krijgen, maar straks ook eten, schoon drinkwater, medische zorg, een tent - en de zekerheid dat niemand hen hier zal aanvallen.
Hagadera was het eerste kamp in Dadaab. Het is opgebouwd in 1991, in hetzelfde jaar waarin in Somalië de politieke anarchie begon. De plek wordt gerund door het International Rescue Committee (IRC), met onder meer Nederlands geld van de Stichting Vluchteling. Vrijwel alles is er piekfijn geregeld, tot en met de witte mondkapjes voor de vrijwilligers die er de stoffige zandstraatjes aanvegen.
Sommige hulporganisaties spreken van de ernstigste droogte in de regio sinds zestig jaar. De hulpverleners in Dadaab kijken er vooralsnog iets nuchterder tegenaan. 'Zeker', meent de IRC-arts Milhia Abdul Kader, 'er is sprake van een crisis.' Te laat is het volgens haar allemaal nog niet.
'We hebben extra geld nodig, maar zien gelukkig dat dat er ook begint te komen. En daarnaast, hier in Dadaab, is het toch vooral een zaak om met dat geld meer hulpverleners aan te kunnen nemen voor het toenemend aantal vluchtelingen. En om hier meer plek te krijgen om die mensen ook onderdak te geven.'
De Unhcr, de vluchtelingenorganisatie van de VN, bouwde in 2010 een vierde kamp bij Dadaab. Het biedt plaats aan 40 duizend mensen. Maar de overheid van het gastland Kenia besloot op het laatste moment het kamp niet te laten openen. Zij is bang dat anders nog meer Somaliërs de grens over zullen komen en vrijwel niemand nog aanstalten zal maken ooit weer naar huis te gaan.
De grens met Somalië ligt honderd kilometer van Dadaab. Daar zal de echte, politieke oplossing voor de crisis moeten worden gevonden, meent Tineke Ceelen, de directeur van de Stichting Vluchteling, die dezer dagen Dadaab bezoekt.
‘Als die politieke oplossing er niet komt, zul je zien dat wij van de humanitaire organisaties hier over een paar jaar weer in actie moeten komen om de zwaksten te redden.' Vanuit Nederland gebeurt dat nu door een gezamenlijke geldinzamelingsactie van de SHO, de samenwerkende hulporganisaties.
Boven de vluchtelingenkampen van Dadaab hangen grijze wolken, die fikse regen lijken te voorspellen. Maar er valt geen druppel. De monden van de mensen staan steeds strakker. De blik in hun ogen wordt steeds holler. Trots als zij zijn, deze nomaden, zouden zij het liefst zichzelf zien te redden. Maar juist dat lukt nu niet. Kinderen die uit Somalië zijn gevlucht voor hongersnood en geweld bivakkeren voor hun hut, vlak na aankomst in een van de opvangkampen van Dadaab. Dagelijks arriveren ongeveer 1.500 nieuwe vluchtelingen.