21-04-2011
Ton Huijzer, de noodhulpspecialist van Stichting Vluchteling, bezocht deze week Liberia en Ivoorkust. Hij bekeek de situatie die is ontstaan na het maandenlange geweld in Ivoorkust, dat ontstond na de presidentsverkiezingen. Zowel in Liberia als in Ivoorkust zelf zijn mensen massaal op de vlucht geslagen voor het geweld. Ton doet verslag in zijn dagboek. Fotograaf Chris de Bode reist met hem mee.
Dag 1, Liberia
Met de auto van de hoofdstad Monrovia naar Saniquelle in Nimba county, een provincie die grenst aan Ivoorkust. In Nimba heeft onze partnerorganisatie IRC drie veldkantoren, in Saniquelle is een van de drie. We houden nog tijd over om in de middag projecten te bezoeken die door Stichting Vluchteling worden gesteund. Eerst gaan we naar een school vlakbij Saniquelle. Op de school zitten niet alleen Liberiaanse kinderen. Er zijn heel wat kinderen uit Ivoorkust die in december en de maanden daarna voor het geweld in Ivoorkust zijn gevlucht. Ze voeren een mooi programma op van zang, toneel en dans. Er is duidelijk hard gewerkt door leraren, ouders en IRC om de kinderen uit Ivoorkust een plek te geven op school.
Aansluitend gaan we naar een zogeheten ‘transit camp’, vlakbij het plaatsje Zorgawee. Een tijdelijk kamp want de bedoeling van de Verenigde Naties en de Liberiaanse overheid is om het grootste deel van de vluchtelingen op te vangen in een veel groter kamp dat verder weg ligt van de grens. Het transit camp is lang niet vol. Er zijn zo’n zeshonderd mensen, terwijl er plek is voor 2000. We hadden al gehoord dat de vluchtelingen het liefst echt vlak aan de grens blijven en niet verder Liberia in willen trekken.
De voorzieningen in het kamp zien er goed uit. Er is schoon drinkwater, voedsel en ook de sanitaire voorzieneingen zijn geregeld. IRC organiseert activiteiten voor kinderen in het kamp. Dat is erg belangrijk want kinderen zijn heel kwetsbaar in een situatie als in een kamp waar veel mensen bijeen zitten. Zij zijn vaak een van beide ouders kwijt. Soms beide. Er moet goed op ze gelet worden. Kinderhandel en misbruik van kinderen kunnen in dit soort situaties snel een kans krijgen. We spreken met Nathalie, zij is gehandicapt als gevolg van een auto-ongeluk op haar achtste jaar. Zij is alleen met drie kinderen. Op haar stokken heeft ze de weg naar de grens met Liberia af moeten leggen. Intussen moest ze ook haar kinderen in de gaten houden. Nathalie heeft het duidelijk zwaar. Nathalie is toe aan rust, heel veel rust.
Tot slot nemen we een kijkje bij het medische team. Zij blijven 24 uur per dag beschikbaar. De meeste mensen behandelen ze natuurlijk overdag, maar ook ‘s-nachts zijn er altijd wel een paar gevallen waarvoor ze het bed uit moeten.
Foto: Medische zorg in het Transit Camp
Dag 2, Liberia
We gaan vroeg op weg, naar de grens. Van Saniquelle tot de grens is het niet ver, maar de weg is slecht en de tocht duurt daardoor toch een paar uur. In de grensdorpen zitten de meeste vluchtelingen. IRC heeft twee mobiele klinieken die de dorpen afgaan om medische hulp te verlenen aan de vluchtelingen. Maar ook de mensen uit de dorpen zelf kunnen terecht. De IRC dokter die met ons meerijdt vertelt dat 60% van de patienten Ivorianen zijn en de andere 40% Liberianen. In totaal zien beide teams samen per week ruim 1000 patienten. Als we aankomen in het dorp Bangaplay is het druk bij de mobiele kliniek.
Onder een grote mango boom zitten de mensen van IRC aan tafeltjes. Het eerste tafeltje is de apotheek. Bij het tweede tafeltje vinden de vaccinaties plaats. Onderzoek gebeurt in een gebouwtje vlakbij de mangoboom. Elk mobiel IRC team bestaat uit vijf mensen: een dokter, een verpleegster, een vroedvrouw, een aptheker en een administrateur. Mensen staan geduldig te wachten tot zij hun medicijnen krijgen of de kinderen aan de beurt zijn voor de vaccinatie. Malaria is de ziekte waarmee mensen het meest naar de kliniek komen. Ook zijn er veel zwangere vrouwen die voor controle komen en vrouwen met kleine baby’s.
Een van hen is Florentine, 25 jaar oud en komt uit het dorp Zowee. Ze is moeder van vijf kinderen. Toen ze vluchtte uit Ivoorkust kon zij drie kinderen meenemen. Haar man is in de paniek met twee kinderen een andere kant uit gevlucht. Sinds januari hebben ze geen contact meer met elkaar gehad. Florentine is boos. Ze vindt dat er te weinig voedsel is voor de vluchtelingen. Toch wil ze niet naar het kamp verderop in Liberia. Hoe moet mijn man mij dan ooit vinden? Nee, ze moet aan de grens blijven. Ze neemt ons mee naar het huis waar zij met drie kinderen wordt opgevangen. Het huis is van een vriendelijke Liberiaanse vrouw. Het huis is niet klein maar wel veel te klein voor de 68 mensen die er nu slapen. Ze liggen overal: in de hal, gang en alle kamers. De vrouw ziet het als haar plicht de vluchtelingen op te vangen. En zo zijn er veel Liberianen. De meeste vluchtelingen zitten bij mensen thuis.
Later gaan we nog langs in het ziekenhuis verderop en ontmoeten daar een doodzieke man, Wanti Fugence heet hij. Hij heeft drie kinderen en woont in Kenglee, vlak over de grens. Hij heeft tyfus. Hij verbouwt cacao maar daar zit nu flink de klad in. Hij is al wel een paar maal teruggeweest naar zijn land maar vindt het nog veel te onveilig om er te blijven. Hij vertrouwt de situatie in Ivoorkust nog helemaal niet.
Foto 1: Mobiele kliniek
Foto 2: Florentine
Dag 3, Liberia
We gaan naar het opvangkamp bij het dorpje Bahn. Onderweg zien we een groep nomaden met koeien. Ze waren met hun vee in Ivoorkust. Door de gexechten en de onveiligheid hebben ze de wjk genomen naar Liberia. Bahn kamp is geschikt gemaakt voor de opvang van 68.000 mensen. Er zijn er nog maar 6.000. De vluchtelingen blijven het liefst zo dicht mogelijk bij huis, aan de grens dus. Bahn kamp is goed opgezet. Et is een medische post, er is water en er is voedsel. Een aantal vluchtelingen heeft zelfs kleine winkeltjes geopend.
We spreken met Nadine (foto). Zij zit achter een tafel met Spaanse pepertjes. Die heeft ze op de pof gekocht Als ze er in slaagt om ze te verkopen, wordt er afgerekend. Nadine is 24 en alleen. Ze is ook alleen in het kamp aangekomen. Ze wil nog zeker niet terug. Misshien als de regering een oproep doet om terug te komen en verklaart dat de situatie veilig is. Ja, misschien dan.
We lopen weg van het veld waar alle tenten staan en komen in een deel van het kamp met hoge bomen. Hier zitten groepjes mensen, het ene groepje zit te dammen met een zelf gemaakt damspel, een meisje zit Emgels te leren. Door de vlucht kan ze niet meer naar school maar ze wil het toch bijhouden. Een groepje mannen ligt half te slapen. De oudste man laat een ieder om de beurt zijn verhaal doen. Zij zijjn blij dat ze naar Bahn kamp konden gaan. Aan de grens vinden ze het veel te gevaarlijk. De gewapende groepen houden zich niet aan de grenzen, zeggen ze.
We reizen terug met de IRC coordinator voor actie tegen seksueel geweld, Zij vertelt ons dat de situatie ernstig is. Waarschijnlijk veel ernstiger dan in de meeste andere conflicten. Er is een groot aantal meldingen van ernstig seksueel geweld. Op de vlucht uit Ivoorkust hebben veel vrouwen niet aan het geweld van gewapende mannen kunnen ontsnappen. De omvang van het geweld komt nu pas stukje bij beetje boven . Het leek rustig in Bahn kamp. Nij kijken we toch weer heel anders tegen die rust aan.
Foto: Nadine
Dag 4, Ivoorkust
We rijden van Saniquelle in Liberia naar Man in Ivoorkust. De grens neemt tijd maar verder zijn er op de weg vrijwel geen checkpoints. Eenmaal in Man worden we gebriefd over de veiligheid in het gebied en krijgen een uitgebreid overzicht van wie wie is in Ivoorkust. Het conflict blijkt nog vele malen ingewikkelder dan het al leek.
Dag 5, Ivoorkust
’s Ochtends half tien krijgen we ‘security clearance’ van de Verenigde Naties: we mogen op pad. We gaan naar Douekoue. In de omgeving van die stad heeft een waar slagveld plaats gevonden. Meer dan 1000 burgers vonden de dood. Het gebied kent nog meer dan 100.000 .ontheemden die op de vlucht zijn geslagen voor het extreme geweld. We gaan allereerst naar de Katholieke Missie in Doekoue. Op het kleine terrein van de missie zouden zich 28.000 ontheemden bevinden. Voor we binnen kunnen moeten we ons eerst melden bij de commandant van de Forces Republicaines, de strijdktachten die Ouattara steunen. En vervolgens bij de commandant van het Marokkaanse bataljon van de VN vredestroepen. Uiteindelijk krijgen we van beide toestemming.
We gaan de poort door en alles wat we tot nu toe hadden gehoord over de situatie op de missie blijkt al snel te kloppen...
Het is overvol. Overal zitten, staan, lopen en koken mensen. Daar tussendoor spelen talloze kinderen. Als je nog wat beter kijkt dan zie je ook de gewonden en de zieken ergens in een hoek of onder een tentzeil. De Missie bestaat uit een kerk en een flink aantal bijgebouwen met wat grond erom heen. Sommigen slapen in de gebouwen, anderen in tenten of haastig gemaakte optrekjes. Inmiddels zijn er al zo’n 35.000 mensen in de missie omdat veel mensen die het oerwoud in gevlucht waren, alsnog naar de missie komen. Er is geen plek elders in de stad, naar huis terug durft niemand. Het is zo vol dat er geen plaats is om goede voorzieningen aan te leggen voor water en sanitatie. Het is duidelijk dat hier dringend meer hulp nodig is, maar de ruimte ontbreekt. Bij de beslissende veldslagen in het gebied is de Missie volgestroomd. Niemand in het kamp geeft te kennen dat de Missie spoedig weer verlaten zal worden. Het conflict zit veel te diep.
Van de missie gaan we naar het dorp Diahouin. Het ligt aan de weg tussen Man en Douekoue. We spreken met de dorpsoudste. Hij neemt rustig de tijd om te vertellen wat er zich in het dorp heeft afgespeeld. Meer dan 500 huizen zijn platgebrand. Ten minste twaalf mensen zijn daarbij vermoord. Nog altijd liggen er twee lijken in de waterput. De bewoners van het dorp zijn het woud ingevlucht. Inmiddels zijn er ongeveer 300 teruggekeerd, de anderen zitten nog in het woud of zijn naar de Katholieke Missie in Douekoue gegaan. We maken een korte wandeling door het dorp. Het is luguber al die afgebrande huizen en de verlatenheid van het dorp. Het is duidelijk ook hier heeft de oorlog op volle kracht huisgehouden. We praten nog na met de leider van het dorpscomite. Hij heeft een lijstje gemaakt van wat het dorp het hardst nodig heeft. Met grote letters staat bovenaan: Securité, veiligheid. Hij weet dat onze partner IRC die niet kan bieden maar hij is blij met alle steun die de afgelopen jaren in het gebied is verstrekt.
Dag 6, Ivoorkust
We gaan naar Zevago, een dorp diep in het oerwoud. Het dorp is bijzonder omdat ontheemden van beide zijden in het conflict naar dit dorp gevlucht zijn. Het dorp kende altijd een sterk gemende bevolking. Veel mensen zijn naar de stad getrokken. Maar toen het mis ging in Abidjan zijn ze teruggevlucht naar Zevago. Nu wonen ze in hetzelfde dorp weer samen, stamleden die aanhangers zijn voormalig president Gbagbo en leden van stammen die de nieuwe president Ouattara steunen. In totaal zijn er 200 mensen uit Abidjan naar dit dorp gevlucht. Ze zijn huizen aan het bouwen of verbouwen. Van een keuken wordt een extra kamer gemaakt, een half afgebouwd huis wordt nu alsnog afgebouwd. Voorlopig gaat niemand terug naar Abidjan, zeker de eerste vier of vijf maanden niet.
Ons laatste bezoek is aan Danane, een plaats op de grens met Liberia. Hier zijn twee kleinere opvangkampen voor ontheemden. Waar gister in de Katholieke Missie alle ontheemden behoorden tot groepen die Gbagbo steunen, komen we vandaag in de opvangkampen vooral de aanhangers van Ouattara tegen. Noorderlingen veelal die in het zuiden van het land waren gaan werken en toen het conflict uitbrak moesten vluchten. We zien veel vrouwen van de Malinke stam, goed te herkennen aan de traditionele Islamistische kleding. Mannen zien we niet die zijn allemaal achtergebleven om het land te bewerken en hun bezittingen te bewaken. De opvangkampen in Danane herbergt alleen vrouwen en kinderen. We bezoeken de activiteiten van IRC die worden gesteund door Stichting Vluchteling: watervoorziening, latrines, kinderspeelplaatsen en een programma voor opvang van vrouwen die overlever zijn van seksueel geweld. We hebben geen tijd om de activiteiten heel uitgebreid te bekijken. We moeten terug naar Man en moeten daar ruim voor donker zijn: veiligheid blijft erg belangrijk.